Holebi’s vs. moslims: de ‘clash of civilizations’?
March 23rd, 2012 § Leave a Comment
De media werden de laatste maanden overspoeld met berichten over gaybashing. Vaak ging het over geweld van allochtone jongeren tegenover Westerse holebi’s. “Dat is zo gemakkelijk, alles op allochtonen steken”, zucht Riadh Bahri, VRT-journalist.
In januari bracht de antihomofobiebeweging Outrage! in samenwerking met het reclamebureau Famous de Bashing app uit. Ontwikkelaar Bert Vermeire vertelt: “Het grote probleem van gaybashing bleek het gebrek aan cijfers en rapportering. We zochten daarom een laagdrempelige manier om het probleem zichtbaarder te maken.” Het is geen wetenschappelijke tool, maar een sensibiliseringscampagne, en die is volgens Björn Pius (Outrage!) meer dan geslaagd: “Het heeft onze stoutste verwachtingen overtroffen. Het werd breed in de media gecoverd en ook in het buitenland heeft de app interesse gewekt.”
‘Clash of civilizations’
Toch is niet iedereen even tevreden over de berichtgeving omtrent gaybashing. Zoals de Mechelse schepen Ali Salmi begin deze maand opmerkte, lijkt de strijd tegen homofobie samen te gaan met islamofobie. “Wanneer jongeren op straat geweld plegen tegen holebi’s, is er meteen een associatie met de islam”, merkt Sarah Bracke, professor sociologie aan de KU Leuven, op. Dat vindt ook Meryem Kanmaz van Mana vzw (Expertisecentrum Islamitische Culturen in Vlaanderen): “Er wordt niet alleen van uitgegaan dat de daders allochtonen zijn, er wordt van uitgegaan dat het moslims zijn.”
Riadh Bahri, VRT-journalist met Tunesische roots, schreef er een brief over in de krant De Standaard (2 maart): “Dat is zo gemakkelijk, alles op allochtonen steken. Ik beschouw mezelf niet als allochtoon, maar ik voel me wel aangesproken.”
“Hoe gezelliger het kan zijn, hoe toffer; maar je moet niet verwachten dat binnenkort elke Marokkaan elke homo zal omhelzen”
“De media gebruiken in hun berichtgeving over gaybashing vaak een kader van clash of civilizations, waarin ze het Westen tegenover de islam plaatsen”, legt professor Bracke uit. “Dit draagt bij tot het wij-zij-denken en toont aan hoe progressief het Westen en hoe achterlijk de rest zou zijn.”
Dat allochtonen geweld plegen tegen holebi’s valt niet te ontkennen. Adriaan (28) is homoseksueel en woont in het centrum van de Belgische hoofdstad: “Ik heb zelf nog geen negatieve ervaringen gehad, maar ik denk dat je niet in alle delen van Brussel kan wandelen zonder je aan te passen. Zo geven twee mannen elkaar best geen hand in Molenbeek, denk ik.” Pieterjan (26) is wel al in aanraking gekomen met verbaal geweld, maar voelt zich niet onveilig in Brussel: “Ik kleed mij niet vrouwelijk. Ik denk niet dat mijn partner en ik ons speciaal aanpassen aan Brussel.”
Homofobie in de Koran
De islam is niet gekend voor zijn progressieve ideeën ten opzichte van holebi’s, maar homofobie is niet eigen aan een religie of bevolkingsgroep. De Zimbabwaanse president Mugabe, paus Benedictus XVI en de Republikeinse presidentskandidaat Rick Santorum zijn hier enkele voorbeelden van. Toch wordt vaak de associatie met de islam gemaakt: “Voor je het weet, halen mensen zonder enige kennis van theologie er een Koranvers bij,” betreurt professor Bracke. “Ik kan in de Bijbel ook verzen vinden die slavernij of polygamie goedkeuren.”
Het ‘probleem’ met de islam is dat de Koran gezien wordt als het rechtstreekse woord van God. Bovendien is het enige stuk dat iets te maken heeft met homoseksualiteit negatief. Imam Daayiee Abdullah van Muslims with Progressive Values maakt een onderscheid tussen religie en cultuur: “Mensen die beweren dat de Koran homoseksualiteit verbiedt, hebben die passage meestal niet eens bestudeerd.” Het gaat om het verhaal van Lut waarin God de stad Sodom straft voor de wandaden van haar inwoners. Onder die misdaden worden diefstal en ‘slapen met een man’ gerekend. “In feite gaat het over een verkrachting en niet over liefde tussen twee mannen”, aldus Imam Daayiee, die zelf homoseksueel is.
“Ik kan in de Bijbel ook verzen vinden die slavernij of polygamie goedkeuren.”
Te letterlijk
Oya (21) studeert sociologie en politieke wetenschappen in Brussel, is van Turkse origine en aleviet. Dat is een strekking binnen de islam die de nadruk legt op de persoonlijke beleving van religie: “Het klinkt nogal arrogant, maar eigenlijk hebben wij een beetje medelijden met traditionelere moslims. Zij volgen zoveel regels en hebben zoveel angst voor een God die hen straft, terwijl de islam eigenlijk een geloof van vrijheid is.” Volgens haar is de meest voorkomende fout van moslims dat ze de Koran te letterlijk lezen: “God heeft ons geschapen om te denken. Gebruik dat, neem niet zomaar alles aan.”
Ze moet toegeven dat holebi’s ook in ‘haar cultuur’ niet perfect aanvaard worden. “De man-vrouwrelatie is nog steeds de norm, maar er wordt wel verdraagzaam omgegaan met holebi’s. Ik durf niet te zeggen dat het overal geaccepteerd wordt, want mijn broer is bijvoorbeeld er wel tegen.”
Er wordt vaak gezocht naar imams die homofobie veroordelen, maar die redenering houdt geen steek volgens Kanmaz: “Dat is alsof je de paus zou vragen om homoseksualiteit goed te keuren. Als we wachten tot godsdiensten veranderen, kunnen we nog lang wachten.”
“Als we wachten tot godsdiensten veranderen, kunnen we nog lang wachten.”
‘Clash of classes’
Het geweld heeft meer met machocultuur en sociale klasse te maken dan met religie. De jongeren die op straat rondhangen zijn veelal niet-praktiserende moslims, maar komen vaak uit een lage sociale klasse, zijn lager opgeleid en werkloos. Catherine Gouffau van de vzw Merhaba, een beweging van holebi’s en transgenders met roots in de Maghreb, het Midden-Oosten en Turkije, ziet die machowereld ook buiten de Arabische cultuur: “Bij de meeste blanc-bleu-belge mannelijke voetbalsupporterclubs bijvoorbeeld, moeten venten ook venten zijn. Alles wat daar niet aan beantwoordt, zien ze als een bedreiging van hun viriliteit.”
We mogen niet vergeten dat homofobie ook nog steeds in ‘blanke’ omgevingen voorkomt. “In Nederland werd tot 1969 gedacht dat homoseksualiteit een psychologische stoornis was”, vertelt Gert Hekma, hoogleraar seks- en genderstudies aan de Universiteit van Amsterdam. Uit onderzoeken blijkt dat de meeste westerlingen geen probleem hebben met homoseksualiteit, tot het dicht bij hen gebeurt. “Dan zie je die sympathie snel dalen”, vertelt Hekma.
“Brussel intercultureel? Net niet.”
Brussel zou zowel een interculturele stad als the gay capital of Europe zijn. In het huidige klimaat lijkt dat een tegenstelling. “Ik denk dat er leukere steden bestaan om homo te zijn”, aldus Bahri. Pieterjan vindt het jammer dat mensen naast elkaar leven: “Er is weinig contact tussen verschillende culturen, zelfs tussen Nederlandstaligen en Franstaligen.” Oya heeft het gevoel dat er een dominante traditionele cultuur is, waaraan de rest zich moet conformeren: “Ik ben niet op mijn gemak in Brussel, want ik kan hier mezelf niet zijn. Brussel intercultureel? Net niet.”
Ook voor Adem Kumcu, Nederlands socioloog van Turkse afkomst, mag Brussel wel wat intercultureler, maar daarvoor moet Europa eerst de meerwaarde van diversiteit inzien in plaats van over clashes te praten, vindt hij: “De hele wereld is in Brussel, maar dat wordt niet ten volle benut.”
Wordt onze maatschappij almaar multicultureler en complexer? De meningen verschillen. Volgens Adem Kumcu is ons land nooit monocultureel geweest: “Vroeger was er één België, één cultuur, één religie; zonder conflicten? Dat denk ik niet!” Meryem Kanmaz vindt dat we die diversiteit niet kunnen ontkennen, noch tegenwerken: “Onze samenlevingen worden diverser, whether you like it or not.”
“Mensen die beweren dat de Koran homoseksualiteit verbiedt, hebben die passage meestal niet eens bestudeerd.”
Reflectors op Amish koetsen
Volgens Imam Daayiee zal de islam uiteindelijk moeten moderniseren: “Je kan niet doen alsof onze maatschappij vandaag op dezelfde manier werkt als in de zevende eeuw. Hoe zullen moslims binnen honderd jaar weten waar Mekka ligt als ze op Mars wonen? Dat weten wij niet, maar daar zullen zij wel een antwoord op hebben. Mensen moeten zich aanpassen aan hun tijd. Om te overleven in het hedendaagse verkeer hebben de Amish ook reflectors op hun koetsen moeten plaatsen.”
Gert Hekma gelooft dat de evolutie in verschillende culturen anders verloopt en dat het in Marokko dus anders zal evolueren dan in Nederland: “Er zijn wel ontwikkelingen gaande, zoals de Arabische Lente, maar we kunnen nog niet voorspellen in welke richting die gaan.”
“Als je een jaar geleden had gezegd dat er iets zou zijn zoals een Arabische Lente, dan had niemand je geloofd”, meent Bahri. “Het leek onmogelijk dat Tunesië als eerste Arabische land zijn dictator naar huis zou sturen, net zoals homoseksualiteit nu ondenkbaar lijkt. Wie weet is die mentaliteit ook binnen tien tot twintig jaar anders.”
“In Nederland werd tot 1969 gedacht dat homoseksualiteit een psychologische stoornis was”
Superdiversiteit
We kunnen spreken over een superdiversiteit, waarin meer dan een waarheid is. “Het gaat niet om een inhoudelijke consensus”, legt Kanmaz uit. “We moeten vooral een manier vinden om samen te leven en daarvoor hoeven we het echt niet over alles eens te zijn.”
“Iedereen moet respecteren wat de ander doet. Leven en laten leven”, vindt Riadh Bahri. “Natuurlijk, hoe gezelliger, hoe toffer, maar je moet niet verwachten dat binnenkort elke Marokkaan elke homo zal omhelzen. Dan wil je dat die mensen zich assimileren in plaats van integreren, en dat gaat een stap te ver.”
Catherine Gouffau van Merhaba roept op tot samenwerking: “Nu hebben we holebi-organisaties die vechten tegen homofobie en etnisch-culturele minderheden die vechten tegen racisme. Wij nodigen uit om samen te strijden tegen elke vorm van discriminatie.”
Rouwcentrum ‘De Zandkorrel’: “Wij zijn geen fabriek.”
March 23rd, 2012 § Leave a Comment
In een rustige wijk in Merelbeke ligt rouwonderneming De Zandkorrel, gerund door Eric Hennaux en zijn dochter Jourika (20). ‘Begrafenisondernemers’ horen ze niet graag, want dat dekt de lading niet en heeft nog steeds een taboesfeer rond zich hangen: “in mijn klas werd er echt geroddeld over wat ik wou worden, tot ik het uitlegde”, vertelt Jourika.

De familie Hennaux zijn geen morbide, levensschuwe aasgieren zoals het stereotype van vroeger. “Bij veel mensen is de dood nog steeds een taboe,” zegt Eric Hennaux. “Dood is nochtans een deel van het leven, en dat proberen we ook duidelijk te maken in onze bedrijfsnaam.” Zand kan je niet grijpen; het is vergankelijk, net zoals het leven. Hoe harder je knijpt, hoe sneller het je ontglipt. Er zijn miljarden zandkorrels, allemaal deeltjes van een groter geheel, net zoals mensen.” Jourika legt verder uit: “Je kan er ook ‘zandkastelen’ mee opbouwen, zoals een huwelijk”, haar vader vult aan: “maar op een fractie van een seconde kan alles weg zijn. Hoe graag je iemand ook ziet, het kan zo gedaan zijn.”
Meer dan bloemschikken
“Je kan zeggen dat het verkeerd is om winst te maken door overlijdens, maar iedereen moet zijn boterham verdienen. Mensen moeten niet doodgaan voor ons hé, maar als ze sterven, moet er iemand zijn die alles regelt,’ legt Eric uit. Wanneer iemand overlijdt, worden de nabestaanden overmand door emoties en is het de taak van de uitvaartondernemer om alles te regelen. Dat houdt meer in dan kisten verkopen, bloemstukken schikken en prentjes drukken: “Mensen moeten waardig behandeld worden. Ze mogen niet het gevoel hebben dat ze een nummertje zijn,” benadrukt Eric. “Wij zijn geen fabriek”, treedt Jourika hem bij.
Naast het sociale contact moeten na een overlijden ook enkele minder plezierige taken in orde gebracht worden. De overledene wordt gewassen en gefohnd en krijgt popere kleren aan. Balsemen doen ze niet; dat is wettelijk verboden. Wat wel uitzonderlijk gebeurt, is thanatopraxie. Dat is een conserveringstechniek waardoor de overledene langer kan blijven liggen, bijvoorbeeld wanneer het overlijden moet gereconstrueerd worden. Om alles vlot te laten verlopen, heeft de familie Hennaux een personeelsbestand van 28 mensen, die opdagen wanneer er werk is.
Ook al is De Zandkorrel een warm bedrijf, het is niet de eerste plek waar een Vlaams gezin op Openbedrijvendag aan denkt. Eric: “Het is niet makkelijk een publiek te vinden, en in onze branche verandert er ook niet elk jaar iets, zoals in de mode. Wij kunnen niet elk jaar nieuwe urnen of kisten tonen.”
Taboe
In de winkel staan en liggen een tiental doodskisten, van verschillende stijlen en houtsoorten. Dat ze bewust zijn van de taboewereld waarin hun beroep zich bevindt, wordt duidelijk wanneer ze de brochure van doodskisten boven halen. “Wil je dat wel zien? Heb je daar problemen mee? Je mag dat zeggen, hoor. We moeten altijd een beetje oppassen want je weet nooit hoe mensen zullen reageren.”
Toch moeten ze vaststellen dat het imago van de uitvaartondernemer sterk gewijzigd is de voorbije decennia. Eric Hennaux: “Vroeger waren mensen echt bang van de dood en weigerden ze erover te praten, maar nu zijn er gelukkig hulpverenigingen en zie je dat er meer gepraat wordt. Toen we 20 jaar geleden begonnen met het verhuren van lijkwagens, hadden mensen uit de buurt het er lastig mee dat die soms op de oprit stonden, ook al was dat maar een halfuurtje om ze te wassen. Nu zien die auto’s er ook anders uit, natuurlijk. Vroeger hingen daar kruisen en lampen aan, nu zijn dat net grote stationwagens.” (lacht)
Leven van uur tot uur

Rouwondernemer zijn is een full-time job. Ook al plant familie Hennaux alles, toch moeten ze heel flexibel zijn. “Één telefoontjekan alles doen omslaan,” vertelt Eric. “Wij kunnen wel beloven om naar de cinema te gaan, maar als ik gebeld word vlak voor het binnengaan, wordt alles afgeblazen. Als ik al in de cinemazaal ben, gaat de gsm uit. Je moet ook nog een leven hebben, hé.” De familie Hennaux heeft ervoor gekozen ook midden in de nacht op te staan indien nodig. “Je moet bereid zijn dat te doen voor deze job,” vindt Jourika.
Vanuit de bureau van de uitvaartonderneming kan je de eetkamer van familie Hennaux zien. Vader Hennaux verduidelijkt die keuze: “dat we hier wonen, is een groot voordeel. In ons beroep moet je 24/24 bereikbaar zijn.” “Iemand voor gesloten deuren laten staan, dat komt niet goed over,” aldus Jourika. Wonen naast je bedrijf, maakt een verkoop of overname niet eenvoudig, maar daar maken ze zich voorlopig geen zorgen om; Jourika zal de zaak verder zetten. “Dat geeft wel een extra boost, weten dat je iets opbouwt dat van generatie op generatie kan doorgaan”, zegt Eric.
Eric Hennaux zit zelf ook al van 16-jarige leeftijd in de branche, maar toch zie je dat niet elke dag, een meisje van 20 jaar die in een rouwonderneming wil werken. “Mijn vriendinnen wisten natuurlijk dat mijn vader dit beroep had, maar ze hadden nooit gedacht dat ik er ook interesse voor zou tonen. Veel vriendinnen begrepen niet waarom ik dit wou doen. ‘Dat is wel met dode mensen, hé!’ kreeg ik dan te horen. Ik heb negatieve reacties gekregen, maar mijn echte vriendinnen waren gewoon nieuwsgierig en begrepen het als ik het uitlegde.” De dood is niet meteen het meest courante gespreksonderwerp bij jongeren en dat merkte ze ook in haar richting KMO-Management, die ze naast haar Syntra-opleiding tot begrafenisondernemer volgt. “Mijn leeftijdsgenoten zijn daar totaal niet mee bezig. In mijn klas werd er echt geroddeld over wat ik wou worden, tot ik het uitlegde.”
Familie troef
Een bedrijf leiden als familie is volgens De Zandkorrel zeker een troef. Jourika: “jongere mensen komen eerder naar mij, maar luisteren nog steeds naar papa’s advies. Het is heel belangrijk dat mensen afscheid kunnen nemen in een huiselijke sfeer. Bij ons gaat het om de persoonlijke contacten. Wij spreken ook iedereen bij de voornaam aan; we behandelen de mensen op een familiale manier. Dat is iets dat een ziekenhuis of mortuarium niet kan aanbieden; alles is daar klinisch en wit.” Het bedrijf, sinds 2004 een rouwonderneming, opende in 2009 haar funerarium, met twee frisse en stijlvol ingerichte groetkamers.
Wat het meest opvalt in die ruimtes, zijn de tv-schermen boven de bedden. “Daar kunnen foto’s van de overledene op getoond worden. Als je bij de overledene staat, wordt dat zwaar moment een beetje lichter door de herinnering aan alle leuke momenten,” legt Eric uit. De schermen hebben al veel mooie reacties opgeleverd. “Het maakt ons ook op een bepaalde manier uniek,” aldus Jourika. Eric vertelt: “we hebben hier eens een oud vrouwtje over de vloer gehad waarvan haar man overleden was. Zij gingen vaak samen naar de zee, dus ik liet op dat scherm foto’s van de duinen en het strand afspelen. Ze was daar heel erg blij mee; ze vroeg zelfs om het bed van haar man te draaien zodat hij kon meekijken, maar dat vonden we toch een beetje raar voor de andere bezoekers. Ze zat dan aan zijn voeteneinde en vertelde hem wat ze zag op het scherm.”
Empathie en afstand
Als uitvaartondernemer heb je heel wat sociale skills nodig. “Mensen stellen zich kwetsbaar op, dus wanneer ze merken dat je hen goed behandelt en daar geen misbruik van maakt, word je een deeltje van hun leven. Die dankbaarheid is wat je de motivatie geeft om door te gaan. Tegelijkertijd moet je ook emotionele afstand bewaren. We hebben hier ook al baby’s gehad; daar ben je toch wel even niet goed van.” Jourika bevestigt: “Je moet je kunnen afsluiten, want anders slorpen mensen je op in hun verdriet. En toch moet je ook dicht genoeg staan om hen te helpen. Dat evenwicht moet je blijven zoeken.”
Dat sociale aspect is van cruciaal belang voor De Zandkorrel. Ze gaan bij de mensen thuis en helpen een kist en bloemen kiezen. “Wanneer de uitvaart voorbij is, ga ik altijd bij de mensen thuis om de factuur te overlopen en te bespreken, en om feedback te vragen. De uitvaart moet gebeuren volgens hún wensen, niet de mijne. Ik doe bij wijze van spreken liever 100 goede uitvaarten op een jaar, dan 200 waarvan je bij de helft geen goed gevoel hebt gehad.”
Geen castraatkoren of harembewakers nodig
February 22nd, 2012 § 1 Comment
“Ze zouden hem moeten castreren!” Deze kreet heeft u vast al eens gehoord met betrekking tot Marc Dutroux, Ronald Janssen of zelfs Dominique Strauss-Kahn. In Duitse gevangenissen hoeft zo’n uitspraak niet in de voorwaardelijke wijs te staan; chirurgische castratie is er wettelijk toegestaan.
Dat pedofielen, verkrachters en andere zedendelinquenten er een vrijwillige castratie kunnen ondergaan, is volgens het Europees Comité ter Preventie van Foltering (CPT) onaanvaardbaar. Het klinkt nochtans als een doeltreffende oplossing voor misdadigers met een ‘ongewone seksuele drang’ en de Duitse regering benadrukt dat de operatie geen straf is, maar een behandeling voor een ziekte. De ingrepen zijn niet frequent (in 2010 telde het CTP er twee), gebeurt enkel op aanvraag van de gevangene en zou de kans op recidivisme verlagen. En toch past, buiten Tsjechië, geen enkel ander lid van de Europese Raad deze wet toe.
Eerst en vooral is het niet zeker of de castratie de kans op hervallen vermindert en of dat permanent het geval is. Deze mannen willen veranderen en zullen dus minder snel hun fout herhalen. Bovendien toont wetenschappelijk onderzoek aan dat de ingreep geen erecties verhindert. Voor een vrouw is het, cru gesteld, geen grote geruststelling dat ze bij een verkrachting niet bang hoeft te zijn voor een zwangerschap. Al zou de seksuele drang kleiner moeten zijn door het lage testosterongehalte, verkrachten kan hij in feite nog steeds.
Daarnaast valt het woord ‘vrijwillig’ te betwijfelen. Een behandelde Tsjech getuigde drie jaar geleden in de New York Times dat hij zich bevrijd voelde, maar misschien is niet elke gecastreerde ex-gevangene even opgelucht. Misschien kom je vroeger vrij als je voor de behandeling kiest. En misschien geeft dat een veroordeelde weinig andere opties.
Maar bovenal is de praktijk mensonterend. Menselijke castratie roept beelden op van Adolf Hitlers eugenetische plannen voor een Arisch ras. De andersvaliden die gesteriliseerd werden, ondergingen dit allesbehalve vrijwillig, maar de associatie blijft even griezelig. Bovendien is de praktijk, zoals het CPT stelt, “verminkend en onomkeerbaar”. Wat als de gevangene ervoor kiest zijn leven te beteren mét testikels?
Ook al is niet meteen een oplossing voor handen, dit kan niet de beste optie zijn. Castraatkoren en harembewakers hebben we niet (meer) nodig; eugenetica en eunuchen horen niet thuis in het 21ste-eeuwse Europa.
(Dit commentaarstuk werd geschreven naar aanleiding van een artikel op DeMorgen.be)
Geen misogyne blingbling-hiphop
January 16th, 2012 § Leave a Comment
Officiële cijfers zijn niet meteen te vinden, maar een groot deel van de muziek op onze planeet wordt door het Engels gedomineerd. Nochtans komt Engels met haar 340 miljoen moedertaalsprekers wereldwijd slechts op de vierde plaats. Wanneer met ‘second language speakers’ rekening wordt gehouden, behaalt de Engelse taal zilver met 510 miljoen. Dat is een aanzienlijk aantal. Bovendien zijn dit cijfers van 2005; ondertussen zijn we, ruw geschat, met een half miljardje meer.
Lage Landen boven
Wil je internationale faam behalen, zing je in het Engels. Punt. De uitzonderingen zijn beperkt; Sigur Rós en Manu Chao zijn momenteel de enige voorbeelden die ik kan bedenken. Maar dat zou geen reden mogen zijn om enkel Engelstalige muziek te draaien op onze radiostations. Ónze zenders, in België, in Vlaanderen mogen gerust wat meer Nederlandstalige muziek op de afspeellijsten zetten.
Iedereen kent Bart Peeters of Marco Borsato, maar ook minder mainstream genres verdienen wat aandacht. Ik heb het niet over de Willy Sommers of de K3’s van de Lage Landen. Ik heb het over Nederlandstalige hiphop. Begrijp me niet verkeerd, er bestaat heel wat degelijke Engelstalige rap – neem nu Eminem, Drake of Kanye West –, maar er is zoveel in het Nederlands dat te weinig aandacht krijgt of waarop neergekeken wordt.
Kortessem Beringen Connection (KBC) en Merelbeke
De mannen van De Jeugd Van Tegenwoordig hebben onlangs terecht de Popprijs gekregen in Nederland en ook Gers Pardoel heeft met zijn gevoelig ‘Ik Neem Je Mee‘ alvast een hitje te pakken. Wij hadden in Vlaanderen ‘t Hof van Commerce, de Izegemse binken die vanaf 2012 (eindelijk) opnieuw samen zullen optreden. En ook de nummers van MC Joël vielen in goede aarde, hoewel het niet volledig duidelijk was of hij nu met Limburgers dan wel met rap of simpelweg met beide spotte. Daarnaast hebben we de Aalterse Predikanten en nog dichter bij Gent het rapcollectief ‘Rauw en Onbesproken’ met hun ode aan de Oost-Vlaamse hoofdstad, ‘9000’, en Jérome die met het catchy ‘Gele Fiets’ de Ugent-wetgeving rond studentenmobiliteit in vraag stelde.

En dan is daar Ronso, een rapper uit het Merelbeekse. Hij stond 10 dagen geleden in de Kinky Star, met eigen nummers en freestylend op de beats van DJ Latomski. Niet het prototype misogyne blingbling-hiphopper, wel beloftevol, met oog voor actualiteit (‘Ik val als een regering’) en met een sappig Oost-Vlaams accent. Op 10 februari staat hij in Gavere, voor de preselectie van Humo’s Rock Rally 2012. Allen daarheen. Wie niet wil wachten, kan alvast hier zijn album beluisteren.
Winkelen waar je sneeuw hoort vallen
December 24th, 2011 § 1 Comment
Overal liggen cd’s, boeken, parfums of cadeaubonnen onder de kerstboom. Stuk voor stuk gekocht in de Gentse winkel-aorta van Veldstraat tot Lange Munt. Maar hoe zit het in de andere stadsaders?
Langs de shop-slagader van de Kouter tot aan de Vrijdagmarkt kan je over de koppen lopen. Gefrustreerde fietsers die rammelen tussen de bontmantels, zwiepende winkeltassen en slinkse tramsporen zouden dat beter letterlijk overwegen. Maar wanneer je enkele zijstraten inslaat, heerst echter een compleet andere sfeer. Etalages ademen een warme gloed uit en het winkelkabaal is slechts zacht geroezemoes op de achtergrond: hier zou je sneeuw kunnen horen vallen.
Het oude stadscentrum, bekend als het ‘Patershol’, herbergt verschillende authentieke adresjes. ‘Fallen Angels’ is zo’n charmant
plaatsje: pianomuziek, retro-spullen en de vriendelijke stem van uitbaatster Ganesha vullen het winkeltje tot de nok. Hoewel haar shop in alle reisgidsen vermeld staat en ze niet mag klagen over pers-aandacht, heeft ‘Fallen Angels’ niets aan authenticiteit verloren. “Ik herken mijn klanten en sla met iedereen een babbeltje. Sommige mensen zien mij zelfs als zuster- of moederfiguur. Ik vind dat de max,” aldus Ganesha. “Samen met mijn moeder, die het winkeltje hiernaast open houdt, ontwerp ik de posters en kaartjes die je nergens anders kan vinden.”
Ook mevrouw Liedl doet hier haar kerstinkopen: “Wij hebben geen systeem met namen trekken; ik koop alles voor iedereen. Maar ik doe dat wel graag, als ik tijd heb.” In de kerstvakantie keert ze terug naar haar thuis in Oostenrijk: “Mijn cadeau’s voor die kant van de familie bestaan dus vooral uit Belgische dingen: pralines en bier.”
In de pittoreske Kraanlei huizen meer unieke plekjes, zoals het ‘Beer and Ginhouse’. Drie trapjes op en je waant je in het magazijn van een onvervalste abdij: alle Belgische bieren met overeenkomstige glazen staan er uitgestald in houten kasten. “Vooral de kerstbieren, huisjenevers van ‘het Dreupelkot’ en huisbieren van het ‘Waterhuis aan de Bierkant’ verkopen goed, want die kan men enkel hier verkrijgen,” verduidelijkt de verkoopster. Zoals bij de meeste zaken hier, is exclusiviteit troef.
Een Gentenaar van respectabele leeftijd schuifelt voorbij de bierwinkel, voorzichtig tussen de rand van zijn klak en zijn brilletje naar de weg loerend. Aan zijn rechterhand bengelt een Fnac-zakje, op zijn linkerarm steunt een groot papieren pak. “Orchideeën, voor mijn vrouwtje,” verklapt hij. “Voor elk familielid iets kopen, daar beginnen we niet aan. De kleinkinderen krijgen een omslag en kopen zelf wat ze willen. Ik vind dat aangenaam, shoppen, zolang we nog kunnen.” Met die gedachte zien we hem verder sjokken, naar het vrouwtje.
Op de hoek met een steegje van het Patershol-labyrint, wanen we ons 100 jaar terug in de tijd met ‘Tierelantijntje’. Dit vertederend kamertje is vermoedelijk de enige overlevende kantwinkel van de Oost-Vlaamse hoofdstad. Tussen het porseleinen servies, de houten popjes en de deftige herenhoeden zweven kanten creaties die nog het meest aan koorknaapjes doen denken. Op een mager kerstboompje hangen schijnbaar ‘retro’ juwelen die waarschijnlijk écht zo oud zijn. Heel commercieel gericht is het boetiekje niet, want je kan enkel binnen op afspraak. Maar de beeldige etalage doet meer dan één voorbijganger even stilstaand dromen.
Behangwinkel ‘Priem’, open gehouden door twee kranige zussen en hun broer, lokt ook aardig wat nieuwsgierigen. Vanop de Zuivelbrug lijkt het een rommelig magazijn van nostalgische motiefjes, maar de familie beheert de zaak al 85 jaar en weet perfect de weg. Wanneer de eigenaar in blauwe stofjas hoort dat ik hem vragen wil stellen over kerstinkopen, staart hij me verbijsterd aan: “Juffrouw, dat is hier wel behangpapier hé!”
En toch, geeft meneer Priem toe, hebben ze veel klanten in de kerstperiode. “Het is eigenlijk niet het moment om te behangen, maar mensen hebben verlof en willen hun huis opknappen voor het bezoek.” Op kerstdag zelf zijn ze gesloten, “want dan is het tijd voor te lampetten hé, madam!” De Gentse uitdrukking is mij niet bekend. Om zichzelf te verduidelijken, maakt hij een gebaar dat het achteroverslaan van grote hoeveelheden alcohol impliceert. “Maar ik doe dat niet hé!” schatert hij, steunend tegen een wand van rollen behangpapier in bloemetjesmotief, het soort dat grootmoeders in hun woonkamer hebben hangen. “Ja, die oude tekeningen, dat is nu de nieuwste trend hé. Maar we hebben nog veel meer hoor! Meer dan 10.000 soorten behang, ik kan dat niet allemaal exposeren.”
Priem moet weer aan het werk en begeleidt mij hartelijk naar de deur: “Altijd welkom hé!” Buiten staat een blonde jongeman in een Scandinavische wollen trui en een okergele broek de ziel uit zijn lijf te zingen. Niet het Justin Biebertype, maar de voorbijgiechelende tienermeisjes die nauwgezet hun gehakte voetjes op de verraderlijke kasseien neerzetten, willen wel eens met hem onder de maretak staan.
In de Kammerstraat houdt Peter Janda stripwinkel ‘Adhemar’ open. “Mensen hebben een zekere angst om hier binnen te stappen, alsof het hier duur zou zijn,” zucht Janda. Na een eerste snuisterronde blijkt dat niet het geval te zijn; bovendien bevinden zich tussen de Kuifje-albums en de obscure titels ook veel tweedehands exemplaren.
Een donkerharige jongen met een rode Music For Life-muts op bladert in een ‘Thorgal’-strip en een oudere vrouw kijkt twijfelend van ‘Maus’ naar ‘Persepolis’. “Rond Kerst is het hier duidelijk drukker, maar de schaalvergroting laat zich wel merken”, vertelt de verkoper. “Sus en Wis bijvoorbeeld, dat verkoopt hier niet. Je kan die in de grote ketens kopen dus dat soort lezers komt hier niet.” Zijn stem wordt gedempt door de met strips beklede muren; het enige wat je hoort is een bladzijde die omslaat of een lezer die een lachje onderdrukt.
Enkele stoeptegels verder ligt een zeer specifieke winkel: ‘Hephaestion’, de enige holebi-shop in Oost- en West-Vlaanderen. “Wij verkopen vooral boeken en dvd’s, dus rond kerst zijn dat ook de meest gekochte cadeaus,” vertelt oprichter David Dedeene. ‘Hephaestion’ is geen ordinaire, fluor-seksshop waar je stiekem binnen glipt en met een hoge kraag en zonnebril weer buiten wandelt. Van buiten gezien lijkt het, afgezien van de vrolijk wapperende regenboogvlag, een gezellige bar annex boekenwinkel: “overdag kan je hier koffie en taart krijgen en in het weekend zijn we open tot 1 uur.” In de rekken valt geen vulgaire pornografie te bespeuren, het is literatuur en met Oscars bekroonde films die de lichthouten rekken verfraaien.
Op zijn business card staat dan ook bovenaan ‘koffiebar, boeken en dvd’s’ en pas daaronder ‘sexy speeltjes, condooms’. Dat onderste lijntje ontdek je in de achterste hoek van het etablissement: beangstigend grote plastic fallussen met zuignappen, een opblaasbaar schaap en iets minder onschuldige dvd’s. De vraag “Davidje, schenk je nog eens een wijntje in?” van een net gearriveerde klant brengt mijn gedachten weer naar de knusse bar een paar meter terug.
Michiel uit Merelbeke gaat af en toe naar Hephaestion, maar nu komt hij net van de ‘Blokker’. “Een pluchen eendenkop,” heeft hij voor zijn vriendje gekocht. “Je kan er je voeten in steken, lekker warm. Mijn liefje houdt van knuffels; hij heeft er zeker vijftig. Ik had er eens een in de microgolfoven gestoken; amai, toen was hij boos.” Hoe oud zijn vriend dan is? “Zevenentwintig. Maar hij praat met zijn knuffels.”
Terug in de drukte horen we, boven al het kabaal uit, de stem van de struise prullaria-verkoper aan het begin van de Hoogpoort. Hij staat niet enkel bekend om zijn uitgebreide collectie waterpijpen en gothic-pakjes, maar ook om het feit dat hij zijn vrouwelijke klanten steevast met ‘woman’ aanspreekt. Een trio tienerjongens vraagt hem “how are you doing?” en hij antwoordt: “Bombay! Preparing for the big dinner!” met een niet nader te specifiëren accent. De man is een fenomeen, en onmiskenbaar in kerststemming met zijn rode muts op.
Op de Korenmarkt smullen grootouders oliebollen en bengelen de koordjes van handschoenen uit kleutermouwen. De 14de-eeuwse Sint-Niklaaskerk staat in schril contrast met de neonlichten van de kraampjes. In Gent staan oud en nieuw, net zoals in het kalenderjaar, naast elkaar.
“Wij moeten niet meer bekeren”
December 18th, 2011 § Leave a Comment
Johan Loones is priester in de West-Vlaamse parochies Ledegem, Rollegem-Kapelle en Sint-Eloois-Winkel. Met sigaar in de hand vertelt hij in de fraaie pastorie van Ledegem over de plaats van godsdienst vandaag: ‘De paus en ik, wij hebben hetzelfde evangelie, maar misschien lezen we het op een andere manier.’
Het Kerkelijk imago heeft de laatste tijd ferme deuken gekregen, vooral door de pedofilieschandalen. Wat vindt u van hoe de Kerk en de media daarmee zijn omgegaan?
“De Kerk is daar volgens mij te onduidelijk in geweest. Na het interview van Roger Vangheluwe in april, bijvoorbeeld, zeiden onze bisschoppen op televisie: ‘Rome zal in de eerste weken reageren.’ Maar tot op vandaag heeft Rome nog steeds niet gereageerd. Dan denk ik ‘doe je mond toch open,’ maar de Kerk zwijgt. En dat wekt ongenoegen bij de mensen.
“Ze moeten ook niet alles op het celibaat steken. Ik ben geen pedofiel. U weet toch ook dat pedofilie in alle lagen van de maatschappij voorkomt? De Kerk moet radicaal zijn en zeggen: ‘Zo’n dingen kunnen niet. Punt andere lijn.’
“De media spelen daar uiteraard op in en dat is jammer, want veel dingen die het niet verdienen komen zo in een negatief daglicht te staan. Als een priester met een jeugdbeweging werkt, moet hij opletten met wat hij doet: gewoon over iemand zijn hoofd aaien wekt al argwaan. Het lijkt wel een heksenjacht soms. Alsof alle priesters pedofielen zijn! Maar natuurlijk, als er feiten zijn, moet dat in de media komen.
Als gevolg daarvan zijn veel mensen ontdoopt. Wat houdt dat precies in?
“Ontdopen kan eigenlijk niet. Wanneer iemand gedoopt wordt, noteren wij dat in een kerkregister. Wanneer iemand zich wil laten ontdopen, vraagt de persoon dit eerst aan bij het bisdom. Wij krijgen dan een bericht om hem of haar uit te schrijven. Dat daar ‘dwalende’ zou geschreven worden, klopt niet.
Sindsdien is Rent-a-Priest gestegen in populariteit. Ziet u hen als een bedreiging?
“Van mij mogen ze dat doen; ik zie dat niet als bedreiging. Eigenlijk bieden wij net hetzelfde aan. Als er twee homo’s hun relatie willen zegenen, doe ik dat ook. Er is niemand die verbiedt een relatie tussen mensen te zegenen. Een kerkelijk huwelijk is tussen man en vrouw, maar ons geloof zegt toch: “waar liefde is tussen mensen, daar gebeurt God”? Of dat nu tussen twee vrouwen, twee mannen of een man en vrouw is, wat maakt dat uit?
“Het verschil met Rent-a-Priest is dat ik zeg: ‘bij mij gebeurt het in een kerk.’ In den hof doe ik dat niet. Zij wel: mensen krijgen een ceremonie in hun tuin, rond de salontafel of in een stemmig kapelletje, maar dat is het. Ik stel vast dat daar weinig of geen sprake is van een gemeenschap van christenen.
“Wij priesters doen veel meer dan vieringen; onze taak bestaat hoofdzakelijk uit begeleiden en inspireren. Als priester moet je mensen enthousiast maken en begeleiden in hun christen-zijn, zeker in deze nieuwe tijden. Niet iedereen is nog christen, maar dat is geen reden tot bezorgdheid; het is nu eenmaal zo. Wij moeten niet meer bekeren.Ik doe het niet voor de paus, die brave man interesseert me niet erg.
Wat drijft u om dit te blijven doen?
“Ik heb er zovele jaren geleden voor gekozen om priester te worden, omwille van de boodschap van het evangelie. Ik doe het niet voor de paus, die brave man interesseert me niet erg. Ik wil iets met het evangelie doen voor mensen vandaag: hoe kunnen we vanuit die boodschap leven en een verbondenheid met elkaar realiseren? De paus daarentegen, komt me te zeer over als ‘belerend’. Ik denk vaak: ‘De paus en ik, wij hebben hetzelfde evangelie, maar misschien lezen we het op een andere manier.’
De Lotto
Zou u de Bijbel als een handboek omschrijven?
“Zeker, maar misschien nog meer als een leefboek; eigenlijk is het evangelie een verhaal om mee te leven. Wat daarin staat, is niet letterlijk gebeurd. Dat zijn ervaringen, opgeschreven in een andere tijd. Je moet rekening houden met hoe mensen toen, eeuwen geleden, dachten. Natuurlijk zeiden ze wanneer ze tegenslag of groot geluk hadden: ‘Het zijn de goden!’ Gelukkig is de mensheid geëvolueerd; het is niet God die dat doet hé. Als je de Lotto wint, is dat niet dankzij God, maar is dat pure chance dat je de juiste nummertjes ingevuld hebt.
Wie of wat is God dan wel voor u?
“Voor mij persoonlijk … (denkt na) We moeten een beetje meer zwijgen over God. Ik heb liever dat God de leegte, het niets is. Of, als je de Bijbel leest: dat God één en al liefde is. Mensen moeten proberen in die liefde met elkaar te leven, elkaar te respecteren en appreciëren zoals ze zijn. Dan gebeurt God voor mij. Maar we moeten niet alles op Gods hals schuiven, die is daar niet in geïnteresseerd, denk ik.
In de nieuwe tijden keren veel mensen de Kerk de rug toe. Zelfs de KULeuven overwoog zich te ontdoen van de K. Wat vindt u daarvan?
“In al die discussies mis ik een beetje waarover het precies gaat: hebben we het nu over de boodschap van het evangelie of over de structuren van de Kerk? Die zijn er nu eenmaal, ik kan daar ook niet aan doen. Maar over het evangelie hoor ik zo weinig. Christenen zijn mensen die in de eerste plaats vanuit die boodschap willen leven, denk ik.
Er is momenteel heel wat commotie rond het vak godsdienst: het zou vervangen worden door ‘levensbeschouwing’.
“Maar wat is levensbeschouwing? Als dat een overzicht is van alle godsdiensten, heb ik daar geen probleem mee. Het is goed dat jongeren vandaag een wijde waaier van mogelijkheden krijgen, maar er moeten ook nog plaatsen zijn waar het puur over christendom gaat. Of dat nu in het onderwijs moet, weet ik niet. In Frankrijk gebeurt dat bijvoorbeeld niet meer op school maar in de parochie, voor mensen die er vrij voor kiezen. Misschien moeten wij ook naar zo’n systeem gaan?
“Op dit moment zou dat misschien niet veel volk trekken, want we zitten nog te veel in het oude systeem van godsdienstlessen op school. Ik vind wel dat katholiek onderwijs zijn wortels niet mag verloochenen: daar moet het in de eerste plaats over christelijke godsdienst gaan. Dat je daarnaast dan een vergelijking maakt met andere religies, daar heb ik geen probleem mee.
Oorlogje voeren
Hoe staat u tegenover andere religies?
“Ik hoop dat elke godsdienst of religie leeft vanuit een ervaring van liefde. Dat kan alleen maar door elkaar te respecteren. Godsdienst dient toch om leven te geven aan mensen? Een godsdienst die vernietigt, daar geloof ik niet in. Oorlogje voeren en zeggen ‘God is met ons’? Hitler heeft dat ook gezegd; dat is geen geloof, dat is pure macht.
“Alle mensen proberen vanuit hun geloof op een menswaardige manier te leven. Je mag godsdienst niet gebruiken om mensen klein te maken of wetten op te leggen: ‘God of Allah heeft dat gewild.’ Ik denk dat God en Allah niets willen.
Lachen met godsdienst, zoals met de Mohammedcartoons of de Benettonreclame waarin de paus kust met een imam, kan dat voor u?
“(aarzelend) Dat kan. Humor is een goede manier om te relativeren dus daar heb ik op zich geen probleem mee. Het moet wel gezonde humor blijven, en niet puur dienen om te spotten. Het hangt af van de boodschap. Sommige cartoons van het Laatste Avondmaal bijvoorbeeld, gaan een beetje te ver voor mij. Met het meest heilige van een godsdienst moet je niet spotten.
“Met die Benettonreclame had ik nu geen probleem. Ik vind het jammer dat het Vaticaan daar meteen op springt. Er staan toch nog ‘groten der aarde’ op die posters? Ik denk dat de boodschap ‘verdraagzaamheid en respect’ was, dus als mensen elkaar een kus geven is dat gewoon om te zeggen ‘ik zie je graag.’ Het kon natuurlijk ook de Judaskus zijn hé. (lacht)
Religie wordt vaak geassocieerd met conservatisme en traditie. Terecht, denkt u?
“Nee. Traditie is maar zinvol als het mee evolueert. De middeleeuwen waren anders dan nu, maar dezelfde traditie van het evangelie is doorgegaan, al 2000 jaar. Als iets niet meer evolueert, is dat star en dood.
Wat vindt u van uitspraken van aartsbisschop Léonard?
“Wat ik vind van Léonard? Dat die man beter zijn mond zou houden op bepaalde domeinen. De laatste twee jaar zijn er in de Kerk al genoeg brokken gemaakt en dan komt onze aartsbisschop met zijn dwaze uitspraken puin bijmaken. Zo bestaat mijn werk er soms gewoon in om puin te ruimen.
“Mensen reageren daar natuurlijk op. In het begin hebben wij een verklaring van onze stuurgroep voorgelezen om duidelijk te maken: ‘wij staan daar niet achter.’ We hebben in elke kerk applaus gekregen.
Wat vindt u van het celibaat?
“Ik ben nu 22 jaar celibatair, met vallen en opstaan. Ik probeer dat vorm te geven omdat het nu eenmaal zo is. Ik heb nooit gekozen om celibatair te zijn, wel om priester te worden. Maar over het celibaat kan niet gesproken worden in Rome.
“Daar zeggen ze misschien ‘God wil dat’, maar God wil dat niet. Het celibaat is pas in de middeleeuwen ingevoerd. Vroeger waren priesters, kardinalen en bisschoppen getrouwd en gingen de erfenissen naar de familie. De Kerk wou eigendommen, dus ze mochten niet meer trouwen en alle erfenissen gingen naar de Kerk. Macht veroveren was een van de redenen voor het invoeren van het celibaat. De Kerk is inderdaad een machtsinstituut, maar we moeten dat durven doorbreken.
In Rome worden ook vaak conservatieve uitspraken gedaan, zoals dat condooms het AIDS-probleem zouden verergeren.
“Ik denk dat de Kerk beter een beetje meer zou zwijgen op dat vlak en een beetje meer vertellen over de boodschap van het evangelie. Er moeten normen en waarden zijn, maar je moet als paus niet afkomen met ‘condooms mogen wel of niet’. Respecteer eens de mensen zoals ze zijn en waar ze staan op dat moment in hun leven. Ik geloof dat als je vanuit het evangelie probeert te leven, morele afspraken een automatisch gevolg zijn.
Spelregels
Hoe staat u tegenover kwesties zoals abortus en euthanasie?
“Je moet ieder geval individueel bekijken. Tegen een verliefd koppeltje zeg ik altijd: ‘Als je het spel speelt, ken je de spelregels.’ Je kan niet zeggen: ’Goh, laten we het toch maar wegdoen.’ Met levens speel je niet. Als een meisje van 18 jaar verkracht wordt, dan kan abortus wel voor mij, want wat moet er van dat kind komen? Je moet altijd de menswaardigheid voor ogen houden.
“Ook bij euthanasie moet je elk geval afzonderlijk zien. Als er nog kwaliteit van leven is, is dat geen optie. Weet je dat er echt geen kansen meer zijn … (aarzelend) Goed, dan kan dat voor mij. Maar het mag geen middel zijn om er zomaar ‘korte metten mee te maken’.
Er gaat een petitie rond die de Kerk wil hervormen. Ze spreekt over ‘parochies zonder priester, eucharistievieringen op ongeschikte uren en gebedsdiensten zonder communie’; merkt u die problemen ook?
“Die problemen zijn hier ook; momenteel lukt het nog om drie eucharistievieringen te doen, in elke parochiekerk één. Maar hoeveel mensen nemen nog deel aan de eucharistieviering? Ik kan me voorstellen dat we binnen een jaar of vijf maar één viering meer houden voor de drie kerken. We moeten niet elke parochie in stand houden door daar per se een mis te geven. Als je dat wel doet, heb je inderdaad oververmoeide, rondhollende priesters. Hier moet ik nog niet echt rondcrossen; het is nog doenbaar.
Heeft u de petitie getekend?
“Nee, ik zal haar ook niet tekenen, maar ik kan me wel vinden in de gedachten. Dat gehuwde mannen of vrouwen priester zouden worden, daar heb ik geen probleem mee. Ik heb er ook nog nooit wakker van gelegen of echtgescheidenen de communie nu wel of niet mogen ontvangen. Iedereen moet voor zichzelf naar eer en geweten beslissen of ze de communie willen ontvangen of niet.
“Met zo’n petitie leggen we plakkertjes op een wonde, maar zo pak je de wortel van de ziekte niet aan. Het is de Kerk in Rome die dringend moet veranderen en zaken bespreekbaar maken. Zolang dat niet gebeurt, mag jij petities tekenen zoveel als je wilt, er zal niks veranderen.
Kan zo’n petitie dan geen begin zijn?
“Ik geloof dat het begin ligt in je eigen gemeenschap. Het is niet de eerste keer dat er zo’n petitie is hé. Voor mij is de grootste zorg niet: ‘zullen er morgen nog genoeg priesters zijn?’, maar wel: ‘zullen er nog genoeg christenen zijn, mensen die zich engageren om dat geloof te beleven en die het evangelie de moeite waard vinden?’
Seizoenschristenen
Wat vindt u van de ontzuiling en de scheiding van Kerk en staat?
“Dat vind ik goed. Vijftig jaar geleden was het al christelijk wat de klok sloeg, maar nu is dat gedaan. Voor mij hoeft dat niet terug te komen; godsdienst moet niet allesoverheersend zijn. Zo is het ‘echter’: mensen moeten nu duidelijk kiezen voor religie en ik hoop dat het nog meer zo wordt.
“Hoeveel mensen laten zich niet uit automatisme dopen en vormen? Ik noem dat ‘seizoenschristenen’. Ze komen enkel naar de kerk voor ‘de grote momenten van het leven’ zoals geboorte en huwelijk, maar verder gebeurt er precies niet al te veel in de kerk. Voor mij is dus ook de vraag hoe we daarmee moeten omgaan in de toekomst. Blijven we puur christelijke service bieden of werken we aan een gemeenschap van mensen die ervoor kiezen?
Het volk dat nu op zondag in de mis zit, wie zijn dat voornamelijk?
“Dat zijn vooral oudere mensen. Veel jongeren zie je daar niet, dat is de realiteit. Ik doe niks om jong volk naar mijn kerk te krijgen, maar ik kom wel veel jongeren tegen. Als ik hier op café zit op vrijdagavond, zeggen de jongeren die bij mij aan de toog zitten: ‘Door hier met ons te babbelen, doe je beter dan middeltjes te zoeken om ons naar de kerk te krijgen.’
“Je moet goed beseffen wie je bent als priester. Als ik mij zou opstellen als zeer conservatief, luisteren die jongeren niet naar mij. Maar ik probeer als priester vanuit mijn geloof naar hen te luisteren en op hun manier zijn zij ook christelijk. In de eerste plaats probeer ik gewoon mens met de mensen te zijn. Ben je zoveel beter als je in de kerk zit op zondag? Ik geloof dat niet.
“Gamen is zo gezellig”
December 18th, 2011 § Leave a Comment
Landay wil af van nerd-stereotype
Eind oktober zoemde, gonsde en flikkerde het Merelbeekse jeugdcentrum drie dagen lang. De reden: Landay. Geen bende ‘nerds’ die afgezonderd naar een scherm staren, maar tientallen jongeren, game-competities en zwiepende Wii-bakjes.
‘LAN’ is de afkorting van ‘local area network’ en verwijst naar het circuit dat gebruikt wordt om in één ruimte op verschillende computers tegen elkaar te gamen. Het fenomeen ‘LAN-party’ ontstond in de Verenigde Staten en kwam in de jaren ’90 naar Europa overgewaaid. België sprong snel mee op de LAN-trein, met gigantische events zoals Ordened Computer Chaos (OCC) als gevolg: Flanders Expo werd toen vier dagen gevuld met 1.600 gamers.
Razzia
Het gevaar van dat lokale netwerk is dat deelnemers heel eenvoudig bestanden kunnen uitwisselen, maar het zogeheten ‘filesharing’ of ‘leeching’ vormt een zware inbreuk op het auteursrecht. Tijdens een inval op een LAN-party in De Pinte in 2005 nam de politie 18 harde schijven in beslag met daarop in totaal 2.689 films en 53.926 muziekbestanden. Sindsdien zit de schrik er goed in bij organisatoren en is de populariteit van deze evenementen aanzienlijk gedaald.
Gamer Jonathan Van de Velde (22) gelooft niet dat de gedaalde interesse aan de razzia’s te wijten is: “Je hebt tegenwoordig gewoon veel meer opties. Eigenlijk is het internet de grootste LAN-party geworden.” Volgens Landay-organisator Bram Verswalm (24) zijn LAN-party’s ondertussen weer aan populariteit aan het winnen: “filesharing zal nog altijd voorkomen, maar niet in dezelfde mate als vroeger. Met Landay proberen we dat actief tegen te gaan.” Dat een inbreuk op auteursrechten volgens de Belgian Anti-Piracy Federation een boete tot €550.000 kan opleveren, doet hem even schrikken: “Amai, dat wist ik niet. Ik heb er alles aan gedaan om het tegen te gaan dus ik zou het erg vinden als ik dan beboet word voor wat anderen verkeerd doen.”
Nerds?
Hoewel LAN-party’s in teamverband gebeuren, worden ze vaak als asociaal en ‘nerdy’ bestempeld. Landay-medewerker Peter Meus (22) begrijpt die link: “Er zijn natuurlijk heel verlegen mensen bij, maar dat betekent niet dat elke gamer een nerd is.” Ook Van de Velde betreurt het imago van gamen: “Vroeger waren games inderdaad speelgoed voor pubers, maar het is dezelfde generatie gamers die nu de toon zet en volwassen spelen op de markt brengt.” De gemiddelde gamer past helemaal niet in het nerd-stereotype, meent hij. “Er zijn evenveel cinefielen en boekenwormen die niet buiten komen.”
Landay gebruikt Teamspeak, een online community waar mensen met elkaar kunnen praten of chatten tijdens het gamen. “Mensen komen naar Landay om hun tegenspelers te ontmoeten, samen te spelen, iets te drinken en zich uit te leven op de Wii. Het sociale aspect is heel belangrijk voor ons.” aldus Verswalm. Evelien Minne (23), de enige vrouwelijke deelnemer: “Gamen is zo gezellig. Via teamspeak kan je praten met mensen; er is altijd wel iemand online die een spel wil meedoen.” Ook Meus vindt dat net het leuke: “als je op Landay een onbekende hoort spreken, koppel je daar meteen de naam en persoonlijkheid aan die je herkent van het online gamen en blijkt dat je zelfs een heel goede band hebt met die persoon.”
E-sports
Verschillende sites omschrijven zulke game-wedstrijden als ‘e-sports’. “Competitiegamen is net zoals andere sporten iets waarvoor je hard moet trainen en zelfs wat studeren. Je moet ook heel snelle reflexen hebben en geconcentreerd blijven,” zegt Van de Velde. Landay-organisator Verswalm vindt de term ‘sport’ toch iets te ver gaan: “Omdat ik zelf sport, vind ik niet dat gamen daarbij hoort. Voor mij draait sporten toch nog steeds rond uitgeput zijn van fysieke inspanning.” Ook Meus nuanceert: “Je kan bijvoorbeeld voetbal niet vergelijken met gamen. Als je 8 uur aan een stuk gamet, vergt dat een zware psychische inspanning, geen fysieke. Maar als snooker een sport is, dan is gaming dat ook.”
Veel nachtrust is er niet bij op LAN-party’s. “Dat is meestal zo lang mogelijk opblijven tot het niet meer gaat en zo weinig mogelijk slapen,” zegt Minne. “Maar het is niet de bedoeling dat er 72 uur niet geslapen wordt. Ik wil niet dat iemand zich dood gamet zoals in Zuid-Korea gebeurd is,” verduidelijkt organisator Verswalm. In december 2005 overleed vlakbij Seoul een 38-jarige man nadat hij tien dagen bijna onafgebroken had gegamed in een internetcafé. Zolang wakker blijven met de bar van het jeugdcentrum op enkele meters afstand, kan dat gezond zijn? “Er wordt alcohol geschonken, maar vooral aan bezoekers. Gamers drinken niet, want die willen winnen.” (lacht)
Meer foto’s van Landay 2011 vind je op hun Facebook-pagina.
Lauwe liefde, warme frietjes
December 10th, 2011 § 2 Comments
[Gericht aan onze Noorderburen]
De 540 dagen na de federale verkiezingen in juni 2010 waren spannende tijden in België, ook voor de koning. Om de haverklap moest hij een nieuwe man het veld in sturen, onder variabele titels: preformateur, Koninklijk verkenner, Koninklijk bemiddelaar, verduidelijker, formateur, etc. Een voor een kwamen ze met hangende pootjes aan zijn paleispoort kloppen. De apotheose vond Albert II op 6 december in zijn regale schoen: regering Di Rupo I legde in het Koninklijk kasteel de eed af.
Merci Saint Nicolas, moet Albert Felix Humbert Theodoor Christiaan Eugène Marie gedacht hebben, eindelijk rust. In België is het namelijk niet zo gebruikelijk dat de vorst vaak in het nieuws komt: ons staatshoofd geeft nooit interviews en mag zijn politieke voorkeur niet openbaar uiten. Al weet iedereen met een greintje gezond verstand waarop de vertegenwoordiger van de natie níet zal stemmen, natuurlijk. Zoals royaltywatcher “zeg maar monarcholoog” Jan Van den Berghe stelt: “Niet België heeft de monarchie nodig, maar de monarchie heeft België nodig.”
Het is geen geheim dat patriottisme een marginaal fenomeen is in België. Toegegeven, tijdens internationale voetbalwedstrijden verschijnt de driekleur op talloze wangen, maar hoe vaak raken onze Duivels ver genoeg om die verf boven te halen? Geen zwart-geel-rood-gekte hier, en de liefde voor het koningshuis is al even lauw. Afgezien van de enkele royaltywatchers die ons landje telt, kunnen de bewoners van het kasteel van Laken maar weinig harten beroeren. Wanneer Albert II in Ciergnon herstelt van de chirurgische ingreep aan zijn neus, is de vraag niet hoe het met hem gaat maar wel “waarom hij dan in vredesnaam in een ander kasteel moet vertoeven, en dat in zulke iconische politieke tijden”.
Menig Vlaamse bergruimte heeft ergens een stoffige blikken doos staan met een afbeelding van het koningshuis, engelachtige kleinkinderen incluis, en de 21 juli-speech speelt in meerdere huiskamers, maar daar houdt het ongeveer op. Het feit dat niemand wild is van onze koninklijke familie, heeft niet enkel te maken met hun vertegenwoordiging van een land dat op splitsen zou staan. Evenmin kan de vrekkigheid van prins Laurent, aan het licht gekomen in een recente RTBF-documentaire, die desinteresse volledig verklaren. Een van de grootste ergernissen van het Belgenvolkje komt voort uit de koninklijke dotaties: veel geld om, laten we eerlijk zijn, niet zo heel veel te doen.
Uit cijfers van 2010 blijkt dat Albert II jaarlijks 10,6 miljoen euro ontvangt. Andere familieleden krijgen een pak minder (koningin Fabiola 1.462.000, prins Filip 936.000, prinses Astrid 324.000 en prins Laurent 312.000 euro), maar ze krijgen wel alle vijf hun deel. In Zweden en Spanje krijgt enkel de monarch een vergoeding, in Noorwegen en Luxemburg de vorst en zijn directe opvolger. De rest moet daar, ongeacht het kleur van zijn of haar bloed, werken.
Maar vergeleken met Nederland vallen de Belgische dotaties mee, zelfs als we weten dat onze koninklijke kosten met de extra uitgaves jaarlijks tot 30 miljoen euro oplopen. Volgens een studie van Herman Matthijs, hoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel, is het Nederlandse koningshuis het op één na duurste van Europa, goed voor 39,6 miljoen euro per jaar. En toch is volgens peilingen de koninklijke familie bij onze noorderburen dubbel zo populair als de onze. Een studie van het Antwerpse bureau Brandhome wees uit dat slechts een kwart van de Belgen zich nog verwant voelt met het koningshuis; in Nederland zou dit meer dan de helft van de bevolking zijn. Uit diezelfde studie blijkt dat de Belg de koninklijke familie ouderwets, bevoorrecht, afstandelijk en saai beschouwt. Dat staat in schril contrast met de modieuze, prinses simpática Máxima.
De laatste keer dat wij oprecht in feeststemming waren omwille van Belgische politiek, was in februari met de Frietrevolutie (want onze aardappelreepjes, dáár zijn we fier op). Het wereldrecord (niet-)regeringsvormen werd uitbundig gevierd, onder het motto ‘beter feesten dan huilen’. Jullie liepen op 30 april met oranje kroontjes door de Nederlandse straten apetrots sinaasappels te smullen en ‘Leve de koningin!’ te scanderen. Daar staren wij als Belgen schaapachtig naar, terwijl we terugdenken aan het Britse sprookjeshuwelijk en een klein pakje met tartaar bestellen.
“Dat is een Turk, wat weet die nu van 1302?”
December 5th, 2011 § 1 Comment

.
Selahattin Koçak (sp.a) is sinds 2000 schepen in het Limburgse Beringen. Hij was de eerste Turkse docent aan de Genkse politieschool, de eerste Turkse schepen in Vlaanderen, de eerste Turkse columnist in De Morgen, … “Als mijn enige politieke verwezenlijking is ‘de eerste Turkse …’ zijn, dan stop ik ermee.”
Volgens de Gazet van Antwerpen heeft u sinds uw dreigbrief (op 14 november zat in zijn brievenbus een kogel) geen teken van leven meer gegeven.
“Dat is niet waar. Ik was op de gemeenteraad, de burgemeester niet. U kan zelf getuigen dat ik antwoord op mails en dat ik hier nu zit. Maar is het niet erg dat iemand die al 11 jaar collega van mij is, niets zegt over die bedreiging, maar wel over mijn vermeende afwezigheid? Het eerste dat ik zou zeggen als een collega onder druk komt te staan, is: ‘Dat pik ik niet.’
U bent op verschillende vlakken pionier: eerste docent aan de Genkse politieschool van Turkse afkomst, eerste Vlaamse schepen van Turkse afkomst, … Hoe voelt dat?
“Soms voel ik mij als de eerste vrouw in de politiek. Wanneer die té goed haar job deed en dus niet opviel in de mannenwereld, werd gezegd: ‘Dat is geen vrouw meer, dat is een manwijf’. Wanneer zij dingen met een vrouwelijke touch deed, werd ze verweten: ‘Een vrouw kan die druk niet aan.’ Dat maak ik ook mee: ‘Dat is toch geen Turk meer, dat is een van ons.’
“Ik heb bewust niet gekozen voor integratie en welzijn want dat was materie die bijna al mijn Turkse collega’s hadden. Sport en Milieu had ik; het kan bijna niet universeler! En toch kreeg ik zes jaar lang de bijnaam ‘groene Turk’.
“Ik denk dat ‘de eerste’ wel de meeste struggling heeft moeten meemaken. Anderzijds, als ik even onbescheiden mag zijn, denk ik dat ik de lat zo hoog heb gelegd dat anderen er niet makkelijk boven kunnen. Dat verwijt krijg ik soms van mijn Turkse collega’s.
Regen in Turkije
U bent schepen van een Limburgse gemeente en toch nationaal bekend. Hoe komt dat?
“Ik geloof niet in wij-zij-denken, maar mag ik het één keer doen? Als jullie verwachtingspatroon van een migrant zo laag is, kan ik alleen maar scoren. Niemand had verwacht dat ik in ‘De Slimste Mens’ sympathiek of met kennis naar voren zou komen. Men denkt: ‘Dat is een Turk, wat weet die nu van 1302?’ Als ik dan Wouter Deprez, die 9 keer na elkaar wint, bij mijn allereerste deelname naar huis speel, slaat dat in Vlaanderen in als een bom. Het Belang van Limburg vroeg Deprez dan: ‘Hoe voelt het om door onze Selahattin Koçak naar huis gespeeld te worden?’ Het gebruik van het woordje ‘onze’ maakt veel duidelijk; eindelijk geaccepteerd, denk ik dan.
“Ik steek ook veel meer dan mijn collega-politici mijn nek uit in maatschappelijke thema’s. Ik schrijf boeken en kom regelmatig op tv. Dat mis ik soms bij mijn collega’s. Behalve bij één: Resul Tapmaz, schepen in Gent. Hij kijkt ook niet naar Turkse of Vlaamse, maar naar Gentse thema’s. Hij komt nog te weinig naar buiten, denk ik. Misschien moet ik wat minder aanwezig zijn zodat hij meer in de Vlaamse media kan verschijnen. (lacht)
“Het is onbescheiden, maar er is een reden waarom de micro altijd naar mij komt en niet naar de anderen. Je moet iets te zeggen hebben. Ik raad mijn Turkse collega’s aan zich meer met Vlaanderen bezig te houden. Uiteraard mag je mij aanspreken als er in Turkije een drama gebeurt, maar als het regent in Turkije mogen de Turken in België niet nat worden.
U heeft twee boeken uitgebracht. Waarom schrijft u?
“Ik ben altijd goed geweest met mijn pen; ik heb nog columns geschreven voor De Morgen. Daar was ik ook al de eerste Turk in (lacht). Als je mij nu zou vragen om in het Turks synoniemen te geven voor ‘middel waaruit je vloeistof kan drinken’, geraak ik niet verder dan ‘bardak’ en ‘finjan’. In het Nederlands ben ik rijker: glas, kelk, nap, beker, tas, kom, jatte, pint, … Ik ben beëdigd tolk Turks-Nederlands, maar mijn fantasie- of schrijfwereld is Nederlands.
Wat was de aanleiding voor ‘Wie is er bang van de islam?’
“Nordine Taouil die in 2009 in het Koninklijk Atheneum van Antwerpen op tv staat te roepen en de veralgemening van alles wat in naam van de islam werd verteld door onnozelaars. Ik kom dezelfde dag op tv en zeg: ‘Ik ben het kotsbeu dat iemand namens ons de islam misbruikt.’ Een nuchtere Vlaming (mijn uitgever) reageert: ‘Leg jij het eens uit.’ En dan neem ik mijn stylo en begin ik te schrijven.
“De titel wijst niet enkel naar de ‘bange blanke man’ maar ook naar de islammisbruikers, dus ook de Taouils en Al Qaeda’s van deze wereld krijgen ervan langs. De mooiste reactie die ik heb gekregen op dit boek kwam van Turkse jongeren: ‘Eindelijk iemand die over onze manier van islam vertelt.’ De meeste moslims hebben meer problemen met hun belastingen dan met hun moslim-zijn, maar dat komt niet naar boven. Ze zouden eens camera’s moeten hangen in café het Hoeveke in Beringen. Zoals wij, Vlamingen en Turken, daar samen zitten te grappen en grollen, dát is integratie.
Dewinters mooie ogen
Waarover gaat uw tweede boek?
“In ‘Eigen Volk Eerst’ heb ik de meest gehoorde clichés over allochtonen onder elkaar gezet en één voor één weerlegd. ‘Eigen volk eerst’, oké, maar wie is nog dat ‘eigen volk’? Als de Genkse cijfers tonen dat er meer dan 50% allochtonen worden geboren, of dat in Brussel 1 op 4 moslim is, dan sta je daar met je ‘eigen volk eerst’.
“We moeten stoppen met flauw doen over integratie. Laat een asielzoeker niet 10 jaar lang sukkelen, want ondertussen mag die niet werken, is die afhankelijk van het OCMW en wordt de rechterkant van de samenleving gevoed. Straks zullen we weer mensen in de sneeuw in de wachtrij zien staan in Brussel. Het is veel menselijker om te zeggen : ’Sorry, u heeft uw kans gehad, alstublieft uw retourticket.’ Maar wij durven dat niet.
“Taallessen, zever daar niet over. Klop niet op je borst en zeg: ‘Leer Nederlands omdat wij dat zeggen!’; leg Nederlands uit als een tool for survival. Vertel die mensen: ‘Papa en zoon Koçak gaan samen naar de dokter. Papa Koçak zegt: ‘Ik heb buikpijn.’ Zoon Koçak zegt: ‘Ik heb stekende buikpijn, als ik rechtsta gaat het beter en het wordt erger als ik dit of dat doe.’ Wie wordt beter geholpen?’ Ik heb ook geen Nederlands geleerd voor Filip Dewinter zijn mooie ogen; je leert het om vooruit te gaan. De integratiepolitiek maakt ons, allochtonen, veel te afhankelijk.
“Het systeem moet opgekuist worden en wij socialisten moeten daar als eerste werk van maken. Uw autogordel is soms niet fijn om te dragen. Heb je hem niet aan bij een controle zal het pijn doen in je portefeuille. Draag je hem niet bij een ongeval zal je misschien met je leven betalen, dus een autogordel is verplicht. Op dezelfde manier moet Nederlands verplicht zijn. We moeten de mensen zelfredzaam maken. In plaats van iemand elke dag een vis te geven, leer hem vissen.
In P-magazine zei u dat moslims beter geïntegreerd zouden zijn dan joden.
“Dat was een reactie op een vraag van professor Rosenberg. Hij vertelde dat Chassidische joden eigen scholen en rechtbanken hebben en vroeg mij wat ik daarvan vond. Als dat waar is en als dat een graadmeter voor integratie is, dan zijn moslims beter geïntegreerd. Die uitspraak is mij niet in dank afgenomen (Joods Actueel beschuldigde hem van negationisme en antisemitisme, nvdr), maar Joods Actueel heeft zich ondertussen al verontschuldigd en ik heb uitgelegd dat ik geen bevolkingsgroep beter of slechter vind.
U zei daarnet dat regen in Turkije de Belgische Turken niet nat mag maken, maar in datzelfde interview linkte u zionistische joden met alle joden. Doet u dan niet net hetzelfde?
“Op een bepaald moment ging het over vrede in het Midden-Oosten en dan heb ik gezegd: ‘er is geen vrede mogelijk zolang het conflict in de Gazastrook niet opgelost is’. Ik heb Gaza er niet bij gehaald om de joden hier in België te beschuldigen, want die hebben er natuurlijk niks mee te maken. Ook dat heb ik gezegd, maar dat leest dan weer niemand.
“Er is wel een internationale verbinding tussen moslims, dat geef ik toe. Palestina is een wonde die maar niet heelt, maar dat heeft een reden. De Amerikaanse ambassadeur was onlangs op bezoek in Beringen en vroeg om vredesambassadeur te worden tussen de Verenigde Staten en de moslimbevolking in België. Ik heb hem geantwoord dat zoiets moeilijk te verkopen is als Amerika, het zogezegde voorbeeld, zelf antidemocratische dingen doet. In de week dat hij langskwam, had Abbas met een blad papier, niet met een Kalasjnikov, een aanvraag gedaan bij de VN. Amerika zegt ‘veto’. Wel dan kan ik deze “democratie” niet verkopen aan de islamitische gemeenschap.
U zei ook dat het oneerlijk is dat kritiek op joden meteen als antisemitisme wordt gezien. Vindt u kritiek op de islam kunnen, zoals met de Mohammedcartoons?
“Kritiek op de islam moet kunnen, maar het is doorzichtig als de kritiek er komt om te kwetsen. Moslims lijden aan hetzelfde fenomeen als de Afro-Amerikanen en de joden: ‘Als wij nigger zeggen tegen elkaar, is dat groepstaal. Doe jij dat, is dat racisme.’ U heeft het recht om mij te kwetsen, maar met die vrijheid van meningsuiting komt een grote verantwoordelijkheid. Niet iedereen, ook niet in Europa, is bereid zo’n vrijheid te aanvaarden. Ze mogen cartoons maken, maar ze moeten niet kwetsen om te kwetsen. De Standaard heeft een grote fout begaan door in volle cartooncrisis te blokletteren: ‘Omdat we het kunnen.’ Dan kan je een reactie verwachten. Net zoals Bush toen hij zei: ‘We are on a new crusade.’ Het verbaast mij dat de Westerse media daar zo weinig van hebben gemaakt.
“Waar ik het moeilijk mee had, is dat alles in het teken van de Holocaust staat. Ik zeg letterlijk ‘net zoals de Holocaust’; hoe kan ik dan een ontkenner zijn? Ik heb niets verloren met de Holocaust. Die is gebeurd en daar moeten we uit leren; we moeten blijven Auschwitz bezoeken, maar ik heb daar niks mee te maken. Je mag niet zeggen dat kritiek gelijk staat aan antisemitisme of je wordt beschuldigd van antisemitisme! Ik was daar niet goed van, ik geef dat eerlijk toe.
Zwaaien met de Vlaamse vlag
U heeft de dubbele nationaliteit. Beschouwt u uzelf Turk en/of Belg?
“Ten eerste, de dubbele nationaliteit is geen Turkse eis. Dat is een federale wet voor Belgen in het buitenland, met als gevolg dat ook een Turk, Italiaan of Marokkaan daar gebruik van kan maken.
“Als ik die vraag krijg, zeg ik altijd: ‘Kies tussen uw papa en mama.’ Dat vinden ze geen eerlijke vraag, want ‘hun papa en hun mama hebben hen gemaakt’, maar België en Turkije hebben mij ook gemaakt.
“Ik mag het niet te rooskleurig voorstellen, want ik weet dat het niet gaat over mensen zoals ik. Het gaat over Belgen die niet eens de taal spreken. Misschien ben ik een tussenmodel dat nog geen naam heeft. Misschien ben ik de derde weg, het prototype dat ze op tafel moeten leggen om een vivisectie uit te voeren: ‘Wat waren de succesfactoren waardoor Selahattin het gehaald heeft?’
“Belg worden mag niet gratuit zijn. In de Verenigde Staten stellen ze je eerst 101 vragen over de Amerikaanse geschiedenis en het volkslied. Zo ver moeten we hier misschien niet gaan, want zelfs de Belgen (Leterme) kunnen het niet zingen, maar er moet iets gevonden worden om te meten naar participatie.
“Ik vind het trouwens doodjammer dat chauvinisme in Vlaanderen niet bestaat, dat onze vlag bezoedeld is door het Vlaams Belang. Pak dat af, jongens, zwaai daarmee! Als je het Belgische volkslied zingt, ben je een slechte Vlaming. Zing je het Vlaamse, dan ben je een racist.
“Waarom kan ik niet Belgische én Turkse invloeden hebben? ‘Spagaat doet pijn’, zeggen ze, maar ik zit niet in spagaat. Ik heb met mijn winkelwagen in de twee culturen geshopt en eruit gehaald wat voor mij het beste werkt. Mijn kinderen moeten recht staan wanneer iemand ouder dan hen de kamer binnenkomt. Ook Vlamingen kenden dat vroeger, maar als je het toch Turks noemt, kies ik voor het Turkse. Ik ken heel weinig Turkse papa’s die de onderwijsresultaten van hun kinderen opvolgen. In dat geval kies ik voor de Vlaamse overlegcultuur.
Turkije is een van de grootste moslimlanden met een democratie. Merkt u dat Turken sneller integreren in België dan andere moslims?
“Wat is integratie? Onderzoeken wijzen uit dat in Limburg meer Marokkanen dan Turken onderling Nederlands spreken. Als u dat in de krant leest, kan ik me inbeelden dat u denkt dat die beter geïntegreerd zijn, maar Marokkanen hebben geen gemeenschappelijke taal. Ze spreken Oud-Arabisch, Nieuw-Arabisch of Berbers dus gebruiken ze een collectieve taal, het Nederlands. Turken hebben wel een gemeenschappelijke taal en vallen daar dus sneller op terug. Maar leg het maar uit wanneer die info via een krantenkop de wereld in gestuurd is.
Schuurpapier
“Ik heb de wiskundige formule voor integratie ontdekt, op basis van de twee onbekenden: x + y = wij. Dat is een beetje flauw, maar het kan een mooie politieke slogan zijn. Integratie is gelijk aan het aantal kansen dat Vlaanderen biedt en het aantal keren dat ik er gebruik van maak. Als u mij taallessen aanbiedt, moet ik niet zeggen dat u mij niet wilt. Als u dat niet doet, moet u niet zeggen dat ik niet wil.
“Filip Dewinter zegt: ‘Jan, kom bij ons, want Selahattin pakt je werk af.’ Bij ons zeggen ze: ‘Selahattin, kom bij ons, want Jan zal je nooit werk geven.’ Dat is krek hetzelfde. Op zo’n momenten ben ik heel dicht bij het opgeven van de strijd. Abou Jahjah, Nordine Taouil en Filip Dewinter, allemaal dezelfde. Maar die klootzakken vergeten één ding: wanneer Gerolf Annemans in een rusthuis zit, zal zijn poep afgekuist worden door iemand die Fatima heet. Als je Fatima boos laat opgroeien, zal het niet met een nat doekje, maar met schuurpapier zijn.
“Turkije heeft wel een scheiding van Kerk en staat; religie heeft er een democratischere plaats gekregen. Ik heb de indruk dat Turkije de laatste stuiptrekkingen aan het vertonen is van een islamitisch naar een democratisch klimaat en dat dat in de Arabische landen veel minder is. Weerspiegelt zich dat in België? Ik durf me daar niet over uitspreken, want dat zou opnieuw een waardeoordeel zijn naar Marokkanen of joden toe.
Islam en democratie zijn dus verzoenbaar. Shariah4Belgium, een extreme strekking, vindt nochtans van niet.
“Dat is geen strekking.
Wat is het dan?
“Drie man en een paardenkop. In dit cafeetje hier zijn nu al meer moslims dan Shariah4Belgium leden heeft. Ik vind het jammer dat die zoveel aandacht krijgen. Wie weet krijgt Abu Imran geld van een Vlaamse orga-nisatie om te stoken. Ik ben niet paranoïde, maar het kan.
Even terug naar de politiek. Wat is socialisme voor u?
“De klassieke tegenstelling tussen kapitalisme en socialisme zijn we al lang voorbijgestreefd. Wanneer men vroeger sprak over de have’s en de have not’s, ging dat louter om geld. Ondertussen is de welvaart verspreid dus ik denk dat het vandaag over een andere soort have’s en have not’s gaat: zij die wel nog en zij die niet meer mee kunnen met de maatschappij. Een 80-jarige vrouw die in een appartement aan de zee woont, niet weet wat Bluetooth of wifi is en de maat-schappij niet volgt, hoe sterk is zij nog geïntegreerd? Integratie is voor mij alle middelen hebben om mee te kunnen in de maatschappij.
“De strijd tegen waar het grote kapitaal zit, moet nog steeds gevoerd worden. Het gaat er bij mij niet in dat wij nu twee keer betalen: we hebben de banken moeten redden en nu gaat de rente omhoog. Ik snap niet dat sp.a maar ook zoveel andere partijen niet revolteren.
Hoe ziet u uw toekomst, al dan niet binnen de sp.a?
“Zeker binnen de sp.a. Het is niet omdat je soms ruzie hebt in een relatie dat je moet scheiden. Laat dat maar botsen, dat zorgt voor vooruitgang.
“Ik was een beetje ontgoocheld, maar dat is puur persoonlijk. Het wordt tijd dat ik niet meer word aanzien als ‘de Turk van de partij’. Ik heb lokaal 1700 stemmen gehaald, provinciaal 17.000, nationaal 43.000. Er zijn geen 43.000 stemgerechtigde Turken in België; dat moet de sp.a inzien. Als je iemand die zoveel bereikt, niet oppikt en iemand met 11.000 stemmen wel omdat hij Belg is, dan heb ik het daar moeilijk mee. Maar ik verlaat de partij niet. Ze zouden mij moeten buiten shotten; en dan nog blijf ik links.
Waar wilt u geraken als ze u oppikken?
“Ik heb niet de ambitie ‘de eerste Turkse burgemeester van Beringen’ te worden. Als mijn enige politieke verwezenlijking is ‘de eerste Turkse …’ zijn, dan stop ik ermee. Ik wou altijd de eerste socialistische burgemeester van Beringen worden, maar de laatste jaren heb ik mijn oog laten vallen op het nationaal niveau omdat ik zie hoe het daar op integratievlak verkeerd aan het lopen is.
“Ik ben heel goed geplaatst om minister van integratie, migratie, gezinshereniging en zo meer te worden. Ik zie het veel beter dan welke Vlaming ook, sorry. Je ziet Geert Bourgeois niet op tv of in een Turkse of Marokkaanse vereniging spreken.
Ronde van Vlaanderen
Wat zou u doen als minister van integratie?
“Het eerste wat ik zou doen: een ronde van Vlaanderen waarbij ik in Vlaamse en Turkse kantines uitleg: Ali en Anneke, jullie moeten samen dit en dat doen. In het beleid zou ik twee punten veranderen: de follow-up en de informatieverstrekking.
“Als nieuwkomer ben je verplicht taallessen te volgen, maar je wordt niet opgevolgd. Verplicht hen naar het nieuws te kijken met ondertitels of een samenvatting te brengen van F.C. De Kampioenen. Wat ik zie en Bourgeois niet, is dat iemand na Pukkelpop hier opmerkt: ‘Zeg, drie dagen geleden zijn er mensen gestorven in Hasselt!’ Dan moet je als beleidsmaker tegen de mensen durven zeggen; kijk je wel naar het Vlaamse nieuws? Maak van uw stroper uw boswachter, want die weet wat de andere stropers in het bos fout doen.
“Nergens wordt les gegeven over integratie. Als het in de klas over multiculturaliteit gaat, bezoeken ze met z’n allen een Turkenbuurt. Je moet ons hier zien zwaaien als weer een groep Vlamingen passeert op hun zoo-achtige uitstap. Open een museum over migratie, leg uit dat Aïcha en Mustafa niet uit de lucht zijn gevallen. Dan denk ik: Bourgeois en consoorten, jullie menen het niet met integratie.
Bron/Broen, Zweeds-Deense krimi van topkwaliteit
December 2nd, 2011 § Leave a Comment
Bron/Broen (The Bridge) is een sterke productie met boeiende spanningsverhoudingen tussen personages, uitstekende acteurs, duistere beelden en een meeslepende plot.
In het hoge Noorden heerst een traditie van misdaadverhalen, die sinds Stieg Larsson’s Millenniumtrilogie de voorbije jaren tot bij ons raakte. Inmiddels zijn de krimi-series geëvolueerd van een nichegenre naar internationaal gewaardeerde producties, zoals Wallander en Varg Veum. Uit een Zweeds-Deense samenwerking ontstond Bron/Broen, geregisseerd door de Deense Charlotte Sieling en de Zweden Lisa Siwe en Henrik Georgsson. De naburige steden Malmö (Zweden) en Kopenhagen, verbonden door de Øresundsbron of Sontbrug, vormen het decor.
Nadat de brugverlichting 45 seconden wegvalt, wordt exact in het midden van de Sontbrug een lijk gevonden. Bij het verplaatsen van de vermoorde vrouw blijkt het om twee lijken te gaan, doormidden gehakt en aaneen gepuzzeld. De Deense en Zweedse politie zullen moeten samenwerken om de zaak op te lossen.
Zweeds inspectrice Saga Norén (Sofia Helin) is blond, beeldschoon en koelbloedig. Martin Rohde, (Kim Bodnia) Deens inspecteur, is bruinharig, gezet en sympathiek. Wat de hoofdpersonages zo boeiend maakt, is dat ze tegen het archetype van held en sidekick ingaan; zijn ongedwongen karakter lijkt haar disfunctionele persoonlijkheid te neutraliseren. Ook het cliché van de ongevoelige inspecteur is verruimd: Saga Norén is geen bewuste bitch; ze is geboren zonder enig empathisch vermogen. Naast de moordplot lopen nog een drietal verhaallijnen die subtiel gelinkt worden met de moord, door de brug, het journaal of een telefoontje.
Het hoofddecor bestaat uit beton, glas en staal; alles baadt in kilte en duisternis. Dialogen worden gefilmd door ramen of met een onscherp voorwerp op de voorgrond, zodat de kijker zich gedwongen ziet dichterbij te schuiven. De elektronische muziek van Andrén, Helmersson en Söderqvist simuleert een versnellende hartslag en de schichtige camera die de ogen van de doodsbange journalist volgt, trekt de kijker nog meer naar het puntje van zijn stoel.
Hoewel halverwege de aflevering de zon opkomt, blijft alles achter een vaalgrijze filter. Niets is enkel goed of slecht, alles verloopt in grijstinten, wat meteen een groot verschil vormt met het Noord-Amerikaanse CSI Miami, waar flitsende beelden, intense tinten en passie de toon voeren. In vergelijking met de Vlaamse Witse of de Engelse Frost ligt het tempo hoger, lijken de personages diepgaander en laat het Scandinavische acteerniveau de andere krimi’s mijlenver achter zich aan hinken.
De eerste aflevering, enkel geregisseerd door Sieling, legt de lat hoog voor komende episodes. Het belooft een onderhoudende serie te worden met interessante relaties, ironische Deens-Zweedse allusies en bloedstollende spanning; al zijn dat elementen die waarschijnlijk niet buiten Europa zullen aanslaan. In het voorjaar zal de serie alvast wel de Vlaamse huiskamers boeien.











