Respect aan de invaliden
11 January 2013 § Leave a Comment
Hallo, ik ben Liesa en ik mank.
Mijn rechterbeen houdt zich stijf, mijn voet raakt een nanoseconde de grond, mijn linkerbeen vangt de schokken op. Ik vrees voor de dag waarop ik zo scheef gegroeid ben dat ik in profiel rechts op een anorexiageval en links op de Hulk lijk.
Een trap ga ik op zoals een 80-jarige met oedeem. Eraf zoals een assymetrisch veulen. Het is niet mooi om te zien. Het is op zijn best “een beetje koddig”.
Mijn gemiddelde wandelsnelheid ligt ook irritant laag. Ik gok op een flinke 2 km/u, topsnelheid. Als ik me niet vergis, wint zelfs een roltrap van mij.
Maar ik heb niet te klagen nu. Twee weken geleden strompelde ik nog op krukken rond. En geklaagd heb ik.
Het meisje met de wandelstokjes
Je vindt het riskant om tussen tramsporen te fietsen, op hellende voetpaden te lopen of om je hoge hakken op de juiste kassei te mikken? Loop eens een week op krukken.
Kasseien, schuine trottoirs, verkeer in het algemeen: begin er niet aan. Als het dan nog eens geregend heeft en je waagt je tóch buiten? Dan ben je een grotere waaghals dan Felix Baumgartner. Die had tenminste een parachute.
“De schreeuw”
Gelukkig, zo onaangepast als de wereld is, zo vriendelijk is de mensheid voor een hinkend meisje. Deuren worden open gehouden, steunende armen aangeboden, boodschappen gedragen.
Maar waarom passen lieve mensen de wereld dan niet aan? Weet u hoe hóóg het opstapje naar de trein is? Op één been de trein nemen vereist opperste concentratie. Ik citeer een jongedame die op het perron stond terwijl ik heelhuids uit de wagon probeerde te springen: “MAAR ZOT, DAT IS LEVENSGEVAARLIJK”. Ze leek op “De Schreeuw” van Edvard Munch.
“Restecp”
Oké, ik ben slechts tijdelijk invalide. Ik kan mijn situatie niet vergelijken met mensen die dagelijks deze drempels over moeten. Maar ik heb wél oeverloos respect gekregen voor hen. De schreeuw van het perronmeisje was terecht. Ik had daar even goed álle ligamenten in mijn lichaam kunnen scheuren.
Treden horen geen obstakels te zijn. Voetpaden horen niet te hellen. Ik durf me zelfs niet voorstellen wat voor stunts een rolstoelgebruiker daarop uitvoert.
Lieve lezer,
Tot stad Gent voetpaden opnieuw aanlegt en de NMBS zijn treinen vernieuwt (tegen dan praten de dieren weer): Help die mensen.
Gun hen hun parkeerplaats. Bied hen eten aan. Geef hen cadeautjes. Als je zelf op een lompe avond de borduur verkeerd inschat en door je voet gaat, zal je willen dat iemand dat voor jou doet.
P.S. Ik ben nog wel enkele weken invalide, voor wie wil oefenen.
Japan en ik zullen geen vrienden worden.
13 July 2012 § 2 Comments
Zaterdag 14 juli 2012, 00:26, Tokyo. (vrijdag 13 juli 2012, 17:26 Belgische tijd)
Hij is er. Ik ben onder de dons gekropen rond 20u en twee uur later wakker geworden. Ik heb hem dan nog twee uur kunnen negeren, maar nu zit hij naast mij in bed, me aan te staren. Mijn jetlag. De truc zou zijn om eraan toe te geven, net zoals bij insomnia. De uitgelezen kans om een reisdagboek te beginnen, dus. Ik ben al 48 uur niet meer zo wakker geweest als nu.
Ik ben geen voorstander van nachtvluchten. Het lijkt tijdwinst, maar het is pure mottigheid. De hoop op een goede nachtrust geef ik al bij voorbaat op. Er zijn spelletjes! Series! Films! The Hunger Games en Extremely Loud and Incredibly Close, bijvoorbeeld. Beide gebaseerd op een boek (al wil ik een tienerroman niet op dezelfde hoogte plaatsen als een van de geniaalste boeken ooit geschreven), beide oké afkooksels. Achter ons zat de Weasleyfamilie, voor ons een man die binnenin aan het rotten was, wat verder enkele huilende baby’s, en paranoïde Aziaten met gezichtsmasker wandelden voorbij. Ik vraag me af of ze dat ooit afdoen, als zelfs een vliegtuig al geen veilige luchtsamenstelling heeft. Al bij al ‘vlogen’ die 10u40min voorbij. Aan 900 km/u dan nog.
Japan en ik zullen geen vrienden worden. Dat klinkt voorbarig, maar ik denk niet dat onze persoonlijkheden overeenstemmen. Japanners houden van efficiëntie, regeltjes, orde. Tot daar kan ik volgen. Maar wanneer je ongeduldigd en vaag gesticuleert met een plastieken glimlach – “here ma’am, here, here, here ma’am, no, here, ma’am, over here ma’am” – alsof ik geen primaat ben, terwijl wij de enige mensen in de rij zijn, ben je mij kwijt. Ik heb niks geslapen, ik heb mijn bril niet op, het is hier broeiend heet en uw Engels is erbarmelijk; kan het wat rustiger? Een van de eerste zinnetjes die ik in Google Translate had moeten opzoeken.
Ze zijn hier ook extreem netjes en beschaafd. Aan de wand van een wc-hokje hangen ‘Instructions to clean your buttocks with water’. Dat toilet is bijna een videogame op zich. Je kan kiezen voor bidet of spray, met of zonder ‘oscillation’. Je kan de watersterkte instellen en bij de meest geavanceerde kan je zelfs geluid afspelen, om je eigen geluiden te verdoezelen. Hoe een geluidsopname (van afschuwelijke kwaliteit) van de Niagarawatervallen moet verbergen dat je luid plast, is mij niet helemaal duidelijk. Het volume van dat ‘muziekje’ kan je ook instellen, uiteraard.
Ik zie het personeel van de shuttlebus buigen voor ons. Een luchttrilling, denk ik. Het is vrijdag de dertiende, dus alles kan gebeuren. Maar neen, daar doen ze het weer. Dank u dat u in vak 2 gaat staan. Dank u dat u ons uw bagage toevertrouwt. Dank u dat u nu naar vak 1 overgaat. Dank u dat u nog steeds op de bus staat te wachten. Dank u dat u uw gordel vastmaakt. Dank u dat u op de bus zit. Ze lijken weinig vanzelfsprekend te vinden. In het hotel wordt het er niet beter op. Tot vier maal toe wordt mij gevraagd of mijn handbagage op het rekje mag. Om een vijfde glimlach te vermijden, laat ik hen maar doen. En maar glimlachen en buigen. Een fooi geven mag hier niet; dat vinden ze beledigend. Zouden ze dan stoppen met glimlachen?
Een uur geslapen, nog mottiger opgestaan, en op zoek gegaan naar eten. Japans eten, YES. Verdacht rustig op straat. Woonden hier geen 12 miljoen Japanners? Mistig weer, of is dat smog? Het eerste beste restaurant wandelen we binnen. Geen Engelstalige kaart, laat staan ober. Elk gerecht heeft een foto. Ik kies er iets uit met veel kleurtjes, nog wat dumplings, en een bier, zoals mijn ouders. Omdat ik niet weet hoe je iets anders moet vragen. We hebben besteld, we draaien de menukaart om. Chinese restaurant. Op onze eerste avond in de hoofdstad van Japan slagen we erin om een Chinees restaurant binnen te wandelen. En daarnet nog lachen met het idee om Italiaans te gaan eten.
Wanneer we wat verder de stad in lopen, neemt de drukte en de uniformiteit toe. Letterlijk, 95% van de mannen draagt een donkerblauwe geklede broek en wit hemd. En dat zijn dan veruit de meest stijlvol geklede mensen die we tegenkomen, want mijn god, wat dragen de mensen hier. Van alle vrouwen op hakken heb ik er twee gezien die ermee konden stappen. Driekwartsbroeken, jurken of rokken tot aan de enkels, alles zo vormeloos of seutig mogelijk. De giechelende schoolmeisjes met paardenstaartjes, kniekousen en plooirokjes zijn trouwens geen mythe.
Wanneer de zon onder en de verlichting aan gaat, zien we hoe bruisend en betoverend Tokyo is. Tv-schermen à la Times Square maken reclame voor energiegevende drankjes waar je ‘Owa!’ (ofzo) van zegt. Aan het treinstation is een boekenmarkt waar de enige Engelstalige boeken over auto’s gaan. En o ja, je kan er van de grond eten. Nergens een papiertje of een sigaret, laat staan een bedelaar. Ergens geeft dat een akelig gevoel, alsof ze die allemaal ’s nachts komen halen en in een strafkamp opsluiten.
Kraaknet, etiquettair, eeuwig glimlachend, onderdanig. Neen, de persoonlijkheden van Japan en ik zullen niet overeenkomen, maar onze gestaltes wel. En op de eerste dag de opening van onze ogen ook.
Holebi’s vs. moslims: de ‘clash of civilizations’?
23 March 2012 § Leave a Comment
De media werden de laatste maanden overspoeld met berichten over gaybashing. Vaak ging het over geweld van allochtone jongeren tegenover Westerse holebi’s. “Dat is zo gemakkelijk, alles op allochtonen steken”, zucht Riadh Bahri, VRT-journalist.
In januari bracht de antihomofobiebeweging Outrage! in samenwerking met het reclamebureau Famous de Bashing app uit. Ontwikkelaar Bert Vermeire vertelt: “Het grote probleem van gaybashing bleek het gebrek aan cijfers en rapportering. We zochten daarom een laagdrempelige manier om het probleem zichtbaarder te maken.” Het is geen wetenschappelijke tool, maar een sensibiliseringscampagne, en die is volgens Björn Pius (Outrage!) meer dan geslaagd: “Het heeft onze stoutste verwachtingen overtroffen. Het werd breed in de media gecoverd en ook in het buitenland heeft de app interesse gewekt.”
‘Clash of civilizations’
Toch is niet iedereen even tevreden over de berichtgeving omtrent gaybashing. Zoals de Mechelse schepen Ali Salmi begin deze maand opmerkte, lijkt de strijd tegen homofobie samen te gaan met islamofobie. “Wanneer jongeren op straat geweld plegen tegen holebi’s, is er meteen een associatie met de islam”, merkt Sarah Bracke, professor sociologie aan de KU Leuven, op. Dat vindt ook Meryem Kanmaz van Mana vzw (Expertisecentrum Islamitische Culturen in Vlaanderen): “Er wordt niet alleen van uitgegaan dat de daders allochtonen zijn, er wordt van uitgegaan dat het moslims zijn.”
Riadh Bahri, VRT-journalist met Tunesische roots, schreef er een brief over in de krant De Standaard (2 maart): “Dat is zo gemakkelijk, alles op allochtonen steken. Ik beschouw mezelf niet als allochtoon, maar ik voel me wel aangesproken.”
“Hoe gezelliger het kan zijn, hoe toffer; maar je moet niet verwachten dat binnenkort elke Marokkaan elke homo zal omhelzen”
“De media gebruiken in hun berichtgeving over gaybashing vaak een kader van clash of civilizations, waarin ze het Westen tegenover de islam plaatsen”, legt professor Bracke uit. “Dit draagt bij tot het wij-zij-denken en toont aan hoe progressief het Westen en hoe achterlijk de rest zou zijn.”
Dat allochtonen geweld plegen tegen holebi’s valt niet te ontkennen. Adriaan (28) is homoseksueel en woont in het centrum van de Belgische hoofdstad: “Ik heb zelf nog geen negatieve ervaringen gehad, maar ik denk dat je niet in alle delen van Brussel kan wandelen zonder je aan te passen. Zo geven twee mannen elkaar best geen hand in Molenbeek, denk ik.” Pieterjan (26) is wel al in aanraking gekomen met verbaal geweld, maar voelt zich niet onveilig in Brussel: “Ik kleed mij niet vrouwelijk. Ik denk niet dat mijn partner en ik ons speciaal aanpassen aan Brussel.”
Homofobie in de Koran
De islam is niet gekend voor zijn progressieve ideeën ten opzichte van holebi’s, maar homofobie is niet eigen aan een religie of bevolkingsgroep. De Zimbabwaanse president Mugabe, paus Benedictus XVI en de Republikeinse presidentskandidaat Rick Santorum zijn hier enkele voorbeelden van. Toch wordt vaak de associatie met de islam gemaakt: “Voor je het weet, halen mensen zonder enige kennis van theologie er een Koranvers bij,” betreurt professor Bracke. “Ik kan in de Bijbel ook verzen vinden die slavernij of polygamie goedkeuren.”
Het ‘probleem’ met de islam is dat de Koran gezien wordt als het rechtstreekse woord van God. Bovendien is het enige stuk dat iets te maken heeft met homoseksualiteit negatief. Imam Daayiee Abdullah van Muslims with Progressive Values maakt een onderscheid tussen religie en cultuur: “Mensen die beweren dat de Koran homoseksualiteit verbiedt, hebben die passage meestal niet eens bestudeerd.” Het gaat om het verhaal van Lut waarin God de stad Sodom straft voor de wandaden van haar inwoners. Onder die misdaden worden diefstal en ‘slapen met een man’ gerekend. “In feite gaat het over een verkrachting en niet over liefde tussen twee mannen”, aldus Imam Daayiee, die zelf homoseksueel is.
“Ik kan in de Bijbel ook verzen vinden die slavernij of polygamie goedkeuren.”
Te letterlijk
Oya (21) studeert sociologie en politieke wetenschappen in Brussel, is van Turkse origine en aleviet. Dat is een strekking binnen de islam die de nadruk legt op de persoonlijke beleving van religie: “Het klinkt nogal arrogant, maar eigenlijk hebben wij een beetje medelijden met traditionelere moslims. Zij volgen zoveel regels en hebben zoveel angst voor een God die hen straft, terwijl de islam eigenlijk een geloof van vrijheid is.” Volgens haar is de meest voorkomende fout van moslims dat ze de Koran te letterlijk lezen: “God heeft ons geschapen om te denken. Gebruik dat, neem niet zomaar alles aan.”
Ze moet toegeven dat holebi’s ook in ‘haar cultuur’ niet perfect aanvaard worden. “De man-vrouwrelatie is nog steeds de norm, maar er wordt wel verdraagzaam omgegaan met holebi’s. Ik durf niet te zeggen dat het overal geaccepteerd wordt, want mijn broer is bijvoorbeeld er wel tegen.”
Er wordt vaak gezocht naar imams die homofobie veroordelen, maar die redenering houdt geen steek volgens Kanmaz: “Dat is alsof je de paus zou vragen om homoseksualiteit goed te keuren. Als we wachten tot godsdiensten veranderen, kunnen we nog lang wachten.”
“Als we wachten tot godsdiensten veranderen, kunnen we nog lang wachten.”
‘Clash of classes’
Het geweld heeft meer met machocultuur en sociale klasse te maken dan met religie. De jongeren die op straat rondhangen zijn veelal niet-praktiserende moslims, maar komen vaak uit een lage sociale klasse, zijn lager opgeleid en werkloos. Catherine Gouffau van de vzw Merhaba, een beweging van holebi’s en transgenders met roots in de Maghreb, het Midden-Oosten en Turkije, ziet die machowereld ook buiten de Arabische cultuur: “Bij de meeste blanc-bleu-belge mannelijke voetbalsupporterclubs bijvoorbeeld, moeten venten ook venten zijn. Alles wat daar niet aan beantwoordt, zien ze als een bedreiging van hun viriliteit.”
We mogen niet vergeten dat homofobie ook nog steeds in ‘blanke’ omgevingen voorkomt. “In Nederland werd tot 1969 gedacht dat homoseksualiteit een psychologische stoornis was”, vertelt Gert Hekma, hoogleraar seks- en genderstudies aan de Universiteit van Amsterdam. Uit onderzoeken blijkt dat de meeste westerlingen geen probleem hebben met homoseksualiteit, tot het dicht bij hen gebeurt. “Dan zie je die sympathie snel dalen”, vertelt Hekma.
“Brussel intercultureel? Net niet.”
Brussel zou zowel een interculturele stad als the gay capital of Europe zijn. In het huidige klimaat lijkt dat een tegenstelling. “Ik denk dat er leukere steden bestaan om homo te zijn”, aldus Bahri. Pieterjan vindt het jammer dat mensen naast elkaar leven: “Er is weinig contact tussen verschillende culturen, zelfs tussen Nederlandstaligen en Franstaligen.” Oya heeft het gevoel dat er een dominante traditionele cultuur is, waaraan de rest zich moet conformeren: “Ik ben niet op mijn gemak in Brussel, want ik kan hier mezelf niet zijn. Brussel intercultureel? Net niet.”
Ook voor Adem Kumcu, Nederlands socioloog van Turkse afkomst, mag Brussel wel wat intercultureler, maar daarvoor moet Europa eerst de meerwaarde van diversiteit inzien in plaats van over clashes te praten, vindt hij: “De hele wereld is in Brussel, maar dat wordt niet ten volle benut.”
Wordt onze maatschappij almaar multicultureler en complexer? De meningen verschillen. Volgens Adem Kumcu is ons land nooit monocultureel geweest: “Vroeger was er één België, één cultuur, één religie; zonder conflicten? Dat denk ik niet!” Meryem Kanmaz vindt dat we die diversiteit niet kunnen ontkennen, noch tegenwerken: “Onze samenlevingen worden diverser, whether you like it or not.”
“Mensen die beweren dat de Koran homoseksualiteit verbiedt, hebben die passage meestal niet eens bestudeerd.”
Reflectors op Amish koetsen
Volgens Imam Daayiee zal de islam uiteindelijk moeten moderniseren: “Je kan niet doen alsof onze maatschappij vandaag op dezelfde manier werkt als in de zevende eeuw. Hoe zullen moslims binnen honderd jaar weten waar Mekka ligt als ze op Mars wonen? Dat weten wij niet, maar daar zullen zij wel een antwoord op hebben. Mensen moeten zich aanpassen aan hun tijd. Om te overleven in het hedendaagse verkeer hebben de Amish ook reflectors op hun koetsen moeten plaatsen.”
Gert Hekma gelooft dat de evolutie in verschillende culturen anders verloopt en dat het in Marokko dus anders zal evolueren dan in Nederland: “Er zijn wel ontwikkelingen gaande, zoals de Arabische Lente, maar we kunnen nog niet voorspellen in welke richting die gaan.”
“Als je een jaar geleden had gezegd dat er iets zou zijn zoals een Arabische Lente, dan had niemand je geloofd”, meent Bahri. “Het leek onmogelijk dat Tunesië als eerste Arabische land zijn dictator naar huis zou sturen, net zoals homoseksualiteit nu ondenkbaar lijkt. Wie weet is die mentaliteit ook binnen tien tot twintig jaar anders.”
“In Nederland werd tot 1969 gedacht dat homoseksualiteit een psychologische stoornis was”
Superdiversiteit
We kunnen spreken over een superdiversiteit, waarin meer dan een waarheid is. “Het gaat niet om een inhoudelijke consensus”, legt Kanmaz uit. “We moeten vooral een manier vinden om samen te leven en daarvoor hoeven we het echt niet over alles eens te zijn.”
“Iedereen moet respecteren wat de ander doet. Leven en laten leven”, vindt Riadh Bahri. “Natuurlijk, hoe gezelliger, hoe toffer, maar je moet niet verwachten dat binnenkort elke Marokkaan elke homo zal omhelzen. Dan wil je dat die mensen zich assimileren in plaats van integreren, en dat gaat een stap te ver.”
Catherine Gouffau van Merhaba roept op tot samenwerking: “Nu hebben we holebi-organisaties die vechten tegen homofobie en etnisch-culturele minderheden die vechten tegen racisme. Wij nodigen uit om samen te strijden tegen elke vorm van discriminatie.”
Rouwcentrum ‘De Zandkorrel’: “Wij zijn geen fabriek.”
23 March 2012 § Leave a Comment
In een rustige wijk in Merelbeke ligt rouwonderneming De Zandkorrel, gerund door Eric Hennaux en zijn dochter Jourika (20). ‘Begrafenisondernemers’ horen ze niet graag, want dat dekt de lading niet en heeft nog steeds een taboesfeer rond zich hangen: “in mijn klas werd er echt geroddeld over wat ik wou worden, tot ik het uitlegde”, vertelt Jourika.

De familie Hennaux zijn geen morbide, levensschuwe aasgieren zoals het stereotype van vroeger. “Bij veel mensen is de dood nog steeds een taboe,” zegt Eric Hennaux. “Dood is nochtans een deel van het leven, en dat proberen we ook duidelijk te maken in onze bedrijfsnaam.” Zand kan je niet grijpen; het is vergankelijk, net zoals het leven. Hoe harder je knijpt, hoe sneller het je ontglipt. Er zijn miljarden zandkorrels, allemaal deeltjes van een groter geheel, net zoals mensen.” Jourika legt verder uit: “Je kan er ook ‘zandkastelen’ mee opbouwen, zoals een huwelijk”, haar vader vult aan: “maar op een fractie van een seconde kan alles weg zijn. Hoe graag je iemand ook ziet, het kan zo gedaan zijn.”
Meer dan bloemschikken
“Je kan zeggen dat het verkeerd is om winst te maken door overlijdens, maar iedereen moet zijn boterham verdienen. Mensen moeten niet doodgaan voor ons hé, maar als ze sterven, moet er iemand zijn die alles regelt,’ legt Eric uit. Wanneer iemand overlijdt, worden de nabestaanden overmand door emoties en is het de taak van de uitvaartondernemer om alles te regelen. Dat houdt meer in dan kisten verkopen, bloemstukken schikken en prentjes drukken: “Mensen moeten waardig behandeld worden. Ze mogen niet het gevoel hebben dat ze een nummertje zijn,” benadrukt Eric. “Wij zijn geen fabriek”, treedt Jourika hem bij.
Naast het sociale contact moeten na een overlijden ook enkele minder plezierige taken in orde gebracht worden. De overledene wordt gewassen en gefohnd en krijgt popere kleren aan. Balsemen doen ze niet; dat is wettelijk verboden. Wat wel uitzonderlijk gebeurt, is thanatopraxie. Dat is een conserveringstechniek waardoor de overledene langer kan blijven liggen, bijvoorbeeld wanneer het overlijden moet gereconstrueerd worden. Om alles vlot te laten verlopen, heeft de familie Hennaux een personeelsbestand van 28 mensen, die opdagen wanneer er werk is.
Ook al is De Zandkorrel een warm bedrijf, het is niet de eerste plek waar een Vlaams gezin op Openbedrijvendag aan denkt. Eric: “Het is niet makkelijk een publiek te vinden, en in onze branche verandert er ook niet elk jaar iets, zoals in de mode. Wij kunnen niet elk jaar nieuwe urnen of kisten tonen.”
Taboe
In de winkel staan en liggen een tiental doodskisten, van verschillende stijlen en houtsoorten. Dat ze bewust zijn van de taboewereld waarin hun beroep zich bevindt, wordt duidelijk wanneer ze de brochure van doodskisten boven halen. “Wil je dat wel zien? Heb je daar problemen mee? Je mag dat zeggen, hoor. We moeten altijd een beetje oppassen want je weet nooit hoe mensen zullen reageren.”
Toch moeten ze vaststellen dat het imago van de uitvaartondernemer sterk gewijzigd is de voorbije decennia. Eric Hennaux: “Vroeger waren mensen echt bang van de dood en weigerden ze erover te praten, maar nu zijn er gelukkig hulpverenigingen en zie je dat er meer gepraat wordt. Toen we 20 jaar geleden begonnen met het verhuren van lijkwagens, hadden mensen uit de buurt het er lastig mee dat die soms op de oprit stonden, ook al was dat maar een halfuurtje om ze te wassen. Nu zien die auto’s er ook anders uit, natuurlijk. Vroeger hingen daar kruisen en lampen aan, nu zijn dat net grote stationwagens.” (lacht)
Leven van uur tot uur

Rouwondernemer zijn is een full-time job. Ook al plant familie Hennaux alles, toch moeten ze heel flexibel zijn. “Één telefoontjekan alles doen omslaan,” vertelt Eric. “Wij kunnen wel beloven om naar de cinema te gaan, maar als ik gebeld word vlak voor het binnengaan, wordt alles afgeblazen. Als ik al in de cinemazaal ben, gaat de gsm uit. Je moet ook nog een leven hebben, hé.” De familie Hennaux heeft ervoor gekozen ook midden in de nacht op te staan indien nodig. “Je moet bereid zijn dat te doen voor deze job,” vindt Jourika.
Vanuit de bureau van de uitvaartonderneming kan je de eetkamer van familie Hennaux zien. Vader Hennaux verduidelijkt die keuze: “dat we hier wonen, is een groot voordeel. In ons beroep moet je 24/24 bereikbaar zijn.” “Iemand voor gesloten deuren laten staan, dat komt niet goed over,” aldus Jourika. Wonen naast je bedrijf, maakt een verkoop of overname niet eenvoudig, maar daar maken ze zich voorlopig geen zorgen om; Jourika zal de zaak verder zetten. “Dat geeft wel een extra boost, weten dat je iets opbouwt dat van generatie op generatie kan doorgaan”, zegt Eric.
Eric Hennaux zit zelf ook al van 16-jarige leeftijd in de branche, maar toch zie je dat niet elke dag, een meisje van 20 jaar die in een rouwonderneming wil werken. “Mijn vriendinnen wisten natuurlijk dat mijn vader dit beroep had, maar ze hadden nooit gedacht dat ik er ook interesse voor zou tonen. Veel vriendinnen begrepen niet waarom ik dit wou doen. ‘Dat is wel met dode mensen, hé!’ kreeg ik dan te horen. Ik heb negatieve reacties gekregen, maar mijn echte vriendinnen waren gewoon nieuwsgierig en begrepen het als ik het uitlegde.” De dood is niet meteen het meest courante gespreksonderwerp bij jongeren en dat merkte ze ook in haar richting KMO-Management, die ze naast haar Syntra-opleiding tot begrafenisondernemer volgt. “Mijn leeftijdsgenoten zijn daar totaal niet mee bezig. In mijn klas werd er echt geroddeld over wat ik wou worden, tot ik het uitlegde.”
Familie troef
Een bedrijf leiden als familie is volgens De Zandkorrel zeker een troef. Jourika: “jongere mensen komen eerder naar mij, maar luisteren nog steeds naar papa’s advies. Het is heel belangrijk dat mensen afscheid kunnen nemen in een huiselijke sfeer. Bij ons gaat het om de persoonlijke contacten. Wij spreken ook iedereen bij de voornaam aan; we behandelen de mensen op een familiale manier. Dat is iets dat een ziekenhuis of mortuarium niet kan aanbieden; alles is daar klinisch en wit.” Het bedrijf, sinds 2004 een rouwonderneming, opende in 2009 haar funerarium, met twee frisse en stijlvol ingerichte groetkamers.
Wat het meest opvalt in die ruimtes, zijn de tv-schermen boven de bedden. “Daar kunnen foto’s van de overledene op getoond worden. Als je bij de overledene staat, wordt dat zwaar moment een beetje lichter door de herinnering aan alle leuke momenten,” legt Eric uit. De schermen hebben al veel mooie reacties opgeleverd. “Het maakt ons ook op een bepaalde manier uniek,” aldus Jourika. Eric vertelt: “we hebben hier eens een oud vrouwtje over de vloer gehad waarvan haar man overleden was. Zij gingen vaak samen naar de zee, dus ik liet op dat scherm foto’s van de duinen en het strand afspelen. Ze was daar heel erg blij mee; ze vroeg zelfs om het bed van haar man te draaien zodat hij kon meekijken, maar dat vonden we toch een beetje raar voor de andere bezoekers. Ze zat dan aan zijn voeteneinde en vertelde hem wat ze zag op het scherm.”
Empathie en afstand
Als uitvaartondernemer heb je heel wat sociale skills nodig. “Mensen stellen zich kwetsbaar op, dus wanneer ze merken dat je hen goed behandelt en daar geen misbruik van maakt, word je een deeltje van hun leven. Die dankbaarheid is wat je de motivatie geeft om door te gaan. Tegelijkertijd moet je ook emotionele afstand bewaren. We hebben hier ook al baby’s gehad; daar ben je toch wel even niet goed van.” Jourika bevestigt: “Je moet je kunnen afsluiten, want anders slorpen mensen je op in hun verdriet. En toch moet je ook dicht genoeg staan om hen te helpen. Dat evenwicht moet je blijven zoeken.”
Dat sociale aspect is van cruciaal belang voor De Zandkorrel. Ze gaan bij de mensen thuis en helpen een kist en bloemen kiezen. “Wanneer de uitvaart voorbij is, ga ik altijd bij de mensen thuis om de factuur te overlopen en te bespreken, en om feedback te vragen. De uitvaart moet gebeuren volgens hún wensen, niet de mijne. Ik doe bij wijze van spreken liever 100 goede uitvaarten op een jaar, dan 200 waarvan je bij de helft geen goed gevoel hebt gehad.”
Geen castraatkoren of harembewakers nodig
22 February 2012 § 1 Comment
“Ze zouden hem moeten castreren!” Deze kreet heeft u vast al eens gehoord met betrekking tot Marc Dutroux, Ronald Janssen of zelfs Dominique Strauss-Kahn. In Duitse gevangenissen hoeft zo’n uitspraak niet in de voorwaardelijke wijs te staan; chirurgische castratie is er wettelijk toegestaan.
Dat pedofielen, verkrachters en andere zedendelinquenten er een vrijwillige castratie kunnen ondergaan, is volgens het Europees Comité ter Preventie van Foltering (CPT) onaanvaardbaar. Het klinkt nochtans als een doeltreffende oplossing voor misdadigers met een ‘ongewone seksuele drang’ en de Duitse regering benadrukt dat de operatie geen straf is, maar een behandeling voor een ziekte. De ingrepen zijn niet frequent (in 2010 telde het CTP er twee), gebeurt enkel op aanvraag van de gevangene en zou de kans op recidivisme verlagen. En toch past, buiten Tsjechië, geen enkel ander lid van de Europese Raad deze wet toe.
Eerst en vooral is het niet zeker of de castratie de kans op hervallen vermindert en of dat permanent het geval is. Deze mannen willen veranderen en zullen dus minder snel hun fout herhalen. Bovendien toont wetenschappelijk onderzoek aan dat de ingreep geen erecties verhindert. Voor een vrouw is het, cru gesteld, geen grote geruststelling dat ze bij een verkrachting niet bang hoeft te zijn voor een zwangerschap. Al zou de seksuele drang kleiner moeten zijn door het lage testosterongehalte, verkrachten kan hij in feite nog steeds.
Daarnaast valt het woord ‘vrijwillig’ te betwijfelen. Een behandelde Tsjech getuigde drie jaar geleden in de New York Times dat hij zich bevrijd voelde, maar misschien is niet elke gecastreerde ex-gevangene even opgelucht. Misschien kom je vroeger vrij als je voor de behandeling kiest. En misschien geeft dat een veroordeelde weinig andere opties.
Maar bovenal is de praktijk mensonterend. Menselijke castratie roept beelden op van Adolf Hitlers eugenetische plannen voor een Arisch ras. De andersvaliden die gesteriliseerd werden, ondergingen dit allesbehalve vrijwillig, maar de associatie blijft even griezelig. Bovendien is de praktijk, zoals het CPT stelt, “verminkend en onomkeerbaar”. Wat als de gevangene ervoor kiest zijn leven te beteren mét testikels?
Ook al is niet meteen een oplossing voor handen, dit kan niet de beste optie zijn. Castraatkoren en harembewakers hebben we niet (meer) nodig; eugenetica en eunuchen horen niet thuis in het 21ste-eeuwse Europa.
(Dit commentaarstuk werd geschreven naar aanleiding van een artikel op DeMorgen.be)
Geen misogyne blingbling-hiphop
16 January 2012 § Leave a Comment
Officiële cijfers zijn niet meteen te vinden, maar een groot deel van de muziek op onze planeet wordt door het Engels gedomineerd. Nochtans komt Engels met haar 340 miljoen moedertaalsprekers wereldwijd slechts op de vierde plaats. Wanneer met ‘second language speakers’ rekening wordt gehouden, behaalt de Engelse taal zilver met 510 miljoen. Dat is een aanzienlijk aantal. Bovendien zijn dit cijfers van 2005; ondertussen zijn we, ruw geschat, met een half miljardje meer.
Lage Landen boven
Wil je internationale faam behalen, zing je in het Engels. Punt. De uitzonderingen zijn beperkt; Sigur Rós en Manu Chao zijn momenteel de enige voorbeelden die ik kan bedenken. Maar dat zou geen reden mogen zijn om enkel Engelstalige muziek te draaien op onze radiostations. Ónze zenders, in België, in Vlaanderen mogen gerust wat meer Nederlandstalige muziek op de afspeellijsten zetten.
Iedereen kent Bart Peeters of Marco Borsato, maar ook minder mainstream genres verdienen wat aandacht. Ik heb het niet over de Willy Sommers of de K3’s van de Lage Landen. Ik heb het over Nederlandstalige hiphop. Begrijp me niet verkeerd, er bestaat heel wat degelijke Engelstalige rap – neem nu Eminem, Drake of Kanye West –, maar er is zoveel in het Nederlands dat te weinig aandacht krijgt of waarop neergekeken wordt.
Kortessem Beringen Connection (KBC) en Merelbeke
De mannen van De Jeugd Van Tegenwoordig hebben onlangs terecht de Popprijs gekregen in Nederland en ook Gers Pardoel heeft met zijn gevoelig ‘Ik Neem Je Mee‘ alvast een hitje te pakken. Wij hadden in Vlaanderen ‘t Hof van Commerce, de Izegemse binken die vanaf 2012 (eindelijk) opnieuw samen zullen optreden. En ook de nummers van MC Joël vielen in goede aarde, hoewel het niet volledig duidelijk was of hij nu met Limburgers dan wel met rap of simpelweg met beide spotte. Daarnaast hebben we de Aalterse Predikanten en nog dichter bij Gent het rapcollectief ‘Rauw en Onbesproken’ met hun ode aan de Oost-Vlaamse hoofdstad, ‘9000’, en Jérome die met het catchy ‘Gele Fiets’ de Ugent-wetgeving rond studentenmobiliteit in vraag stelde.

En dan is daar Ronso, een rapper uit het Merelbeekse. Hij stond 10 dagen geleden in de Kinky Star, met eigen nummers en freestylend op de beats van DJ Latomski. Niet het prototype misogyne blingbling-hiphopper, wel beloftevol, met oog voor actualiteit (‘Ik val als een regering’) en met een sappig Oost-Vlaams accent. Op 10 februari staat hij in Gavere, voor de preselectie van Humo’s Rock Rally 2012. Allen daarheen. Wie niet wil wachten, kan alvast hier zijn album beluisteren.
Winkelen waar je sneeuw hoort vallen
24 December 2011 § 1 Comment
Overal liggen cd’s, boeken, parfums of cadeaubonnen onder de kerstboom. Stuk voor stuk gekocht in de Gentse winkel-aorta van Veldstraat tot Lange Munt. Maar hoe zit het in de andere stadsaders?
Langs de shop-slagader van de Kouter tot aan de Vrijdagmarkt kan je over de koppen lopen. Gefrustreerde fietsers die rammelen tussen de bontmantels, zwiepende winkeltassen en slinkse tramsporen zouden dat beter letterlijk overwegen. Maar wanneer je enkele zijstraten inslaat, heerst echter een compleet andere sfeer. Etalages ademen een warme gloed uit en het winkelkabaal is slechts zacht geroezemoes op de achtergrond: hier zou je sneeuw kunnen horen vallen.
Het oude stadscentrum, bekend als het ‘Patershol’, herbergt verschillende authentieke adresjes. ‘Fallen Angels’ is zo’n charmant
plaatsje: pianomuziek, retro-spullen en de vriendelijke stem van uitbaatster Ganesha vullen het winkeltje tot de nok. Hoewel haar shop in alle reisgidsen vermeld staat en ze niet mag klagen over pers-aandacht, heeft ‘Fallen Angels’ niets aan authenticiteit verloren. “Ik herken mijn klanten en sla met iedereen een babbeltje. Sommige mensen zien mij zelfs als zuster- of moederfiguur. Ik vind dat de max,” aldus Ganesha. “Samen met mijn moeder, die het winkeltje hiernaast open houdt, ontwerp ik de posters en kaartjes die je nergens anders kan vinden.”
Ook mevrouw Liedl doet hier haar kerstinkopen: “Wij hebben geen systeem met namen trekken; ik koop alles voor iedereen. Maar ik doe dat wel graag, als ik tijd heb.” In de kerstvakantie keert ze terug naar haar thuis in Oostenrijk: “Mijn cadeau’s voor die kant van de familie bestaan dus vooral uit Belgische dingen: pralines en bier.”
In de pittoreske Kraanlei huizen meer unieke plekjes, zoals het ‘Beer and Ginhouse’. Drie trapjes op en je waant je in het magazijn van een onvervalste abdij: alle Belgische bieren met overeenkomstige glazen staan er uitgestald in houten kasten. “Vooral de kerstbieren, huisjenevers van ‘het Dreupelkot’ en huisbieren van het ‘Waterhuis aan de Bierkant’ verkopen goed, want die kan men enkel hier verkrijgen,” verduidelijkt de verkoopster. Zoals bij de meeste zaken hier, is exclusiviteit troef.
Een Gentenaar van respectabele leeftijd schuifelt voorbij de bierwinkel, voorzichtig tussen de rand van zijn klak en zijn brilletje naar de weg loerend. Aan zijn rechterhand bengelt een Fnac-zakje, op zijn linkerarm steunt een groot papieren pak. “Orchideeën, voor mijn vrouwtje,” verklapt hij. “Voor elk familielid iets kopen, daar beginnen we niet aan. De kleinkinderen krijgen een omslag en kopen zelf wat ze willen. Ik vind dat aangenaam, shoppen, zolang we nog kunnen.” Met die gedachte zien we hem verder sjokken, naar het vrouwtje.
Op de hoek met een steegje van het Patershol-labyrint, wanen we ons 100 jaar terug in de tijd met ‘Tierelantijntje’. Dit vertederend kamertje is vermoedelijk de enige overlevende kantwinkel van de Oost-Vlaamse hoofdstad. Tussen het porseleinen servies, de houten popjes en de deftige herenhoeden zweven kanten creaties die nog het meest aan koorknaapjes doen denken. Op een mager kerstboompje hangen schijnbaar ‘retro’ juwelen die waarschijnlijk écht zo oud zijn. Heel commercieel gericht is het boetiekje niet, want je kan enkel binnen op afspraak. Maar de beeldige etalage doet meer dan één voorbijganger even stilstaand dromen.
Behangwinkel ‘Priem’, open gehouden door twee kranige zussen en hun broer, lokt ook aardig wat nieuwsgierigen. Vanop de Zuivelbrug lijkt het een rommelig magazijn van nostalgische motiefjes, maar de familie beheert de zaak al 85 jaar en weet perfect de weg. Wanneer de eigenaar in blauwe stofjas hoort dat ik hem vragen wil stellen over kerstinkopen, staart hij me verbijsterd aan: “Juffrouw, dat is hier wel behangpapier hé!”
En toch, geeft meneer Priem toe, hebben ze veel klanten in de kerstperiode. “Het is eigenlijk niet het moment om te behangen, maar mensen hebben verlof en willen hun huis opknappen voor het bezoek.” Op kerstdag zelf zijn ze gesloten, “want dan is het tijd voor te lampetten hé, madam!” De Gentse uitdrukking is mij niet bekend. Om zichzelf te verduidelijken, maakt hij een gebaar dat het achteroverslaan van grote hoeveelheden alcohol impliceert. “Maar ik doe dat niet hé!” schatert hij, steunend tegen een wand van rollen behangpapier in bloemetjesmotief, het soort dat grootmoeders in hun woonkamer hebben hangen. “Ja, die oude tekeningen, dat is nu de nieuwste trend hé. Maar we hebben nog veel meer hoor! Meer dan 10.000 soorten behang, ik kan dat niet allemaal exposeren.”
Priem moet weer aan het werk en begeleidt mij hartelijk naar de deur: “Altijd welkom hé!” Buiten staat een blonde jongeman in een Scandinavische wollen trui en een okergele broek de ziel uit zijn lijf te zingen. Niet het Justin Biebertype, maar de voorbijgiechelende tienermeisjes die nauwgezet hun gehakte voetjes op de verraderlijke kasseien neerzetten, willen wel eens met hem onder de maretak staan.
In de Kammerstraat houdt Peter Janda stripwinkel ‘Adhemar’ open. “Mensen hebben een zekere angst om hier binnen te stappen, alsof het hier duur zou zijn,” zucht Janda. Na een eerste snuisterronde blijkt dat niet het geval te zijn; bovendien bevinden zich tussen de Kuifje-albums en de obscure titels ook veel tweedehands exemplaren.
Een donkerharige jongen met een rode Music For Life-muts op bladert in een ‘Thorgal’-strip en een oudere vrouw kijkt twijfelend van ‘Maus’ naar ‘Persepolis’. “Rond Kerst is het hier duidelijk drukker, maar de schaalvergroting laat zich wel merken”, vertelt de verkoper. “Sus en Wis bijvoorbeeld, dat verkoopt hier niet. Je kan die in de grote ketens kopen dus dat soort lezers komt hier niet.” Zijn stem wordt gedempt door de met strips beklede muren; het enige wat je hoort is een bladzijde die omslaat of een lezer die een lachje onderdrukt.
Enkele stoeptegels verder ligt een zeer specifieke winkel: ‘Hephaestion’, de enige holebi-shop in Oost- en West-Vlaanderen. “Wij verkopen vooral boeken en dvd’s, dus rond kerst zijn dat ook de meest gekochte cadeaus,” vertelt oprichter David Dedeene. ‘Hephaestion’ is geen ordinaire, fluor-seksshop waar je stiekem binnen glipt en met een hoge kraag en zonnebril weer buiten wandelt. Van buiten gezien lijkt het, afgezien van de vrolijk wapperende regenboogvlag, een gezellige bar annex boekenwinkel: “overdag kan je hier koffie en taart krijgen en in het weekend zijn we open tot 1 uur.” In de rekken valt geen vulgaire pornografie te bespeuren, het is literatuur en met Oscars bekroonde films die de lichthouten rekken verfraaien.
Op zijn business card staat dan ook bovenaan ‘koffiebar, boeken en dvd’s’ en pas daaronder ‘sexy speeltjes, condooms’. Dat onderste lijntje ontdek je in de achterste hoek van het etablissement: beangstigend grote plastic fallussen met zuignappen, een opblaasbaar schaap en iets minder onschuldige dvd’s. De vraag “Davidje, schenk je nog eens een wijntje in?” van een net gearriveerde klant brengt mijn gedachten weer naar de knusse bar een paar meter terug.
Michiel uit Merelbeke gaat af en toe naar Hephaestion, maar nu komt hij net van de ‘Blokker’. “Een pluchen eendenkop,” heeft hij voor zijn vriendje gekocht. “Je kan er je voeten in steken, lekker warm. Mijn liefje houdt van knuffels; hij heeft er zeker vijftig. Ik had er eens een in de microgolfoven gestoken; amai, toen was hij boos.” Hoe oud zijn vriend dan is? “Zevenentwintig. Maar hij praat met zijn knuffels.”
Terug in de drukte horen we, boven al het kabaal uit, de stem van de struise prullaria-verkoper aan het begin van de Hoogpoort. Hij staat niet enkel bekend om zijn uitgebreide collectie waterpijpen en gothic-pakjes, maar ook om het feit dat hij zijn vrouwelijke klanten steevast met ‘woman’ aanspreekt. Een trio tienerjongens vraagt hem “how are you doing?” en hij antwoordt: “Bombay! Preparing for the big dinner!” met een niet nader te specifiëren accent. De man is een fenomeen, en onmiskenbaar in kerststemming met zijn rode muts op.
Op de Korenmarkt smullen grootouders oliebollen en bengelen de koordjes van handschoenen uit kleutermouwen. De 14de-eeuwse Sint-Niklaaskerk staat in schril contrast met de neonlichten van de kraampjes. In Gent staan oud en nieuw, net zoals in het kalenderjaar, naast elkaar.








